Wie niet weg is
oktober 27, 2009
Je staat aan de overkant, het is er stil. Wind en een tikkeltje regen vermengen zich met het zout op je gezicht zodat het haast niet opvalt. Het valt niet op. Twee vingers reiken richting wang. Ze willen voelen, aanraken, begrijpen.
Getroost door de gedachte dat je niet alleen bent – je bent niet alleen, er staat iemand naast je – breng je jouw handen naar je ogen. Eén, twee, drie, vier. Je sluit ze niet, houdt ze op een kier. Stiekem gluur je doorheen gordijnen van vingers.
De vingers dwalen verder, over wang, neus, wenkbrauw. Bij de haarlijn stoppen ze even. Je trillende mondhoek verlangt naar een teken. Een teken dat alles goed komt. Alles komt goed. Opnieuw waait de wind door je haar, in je nek een briesje afkomstig van een troostende ademhaling. Je bent niet alleen, er sust iemand. Hij suist, staat naast je, omarmt je met zijn armen van lucht. Dra zal hij je zoenen, dra komt alles goed.
Vijf, zes, zeven, acht. De nacht valt en valt, maar jij blijft licht, hij verlicht je.
Je zucht om te checken of… Ja, hij voelt het, weet dat je leeft, heeft geen teken nodig.
Bij negen zeg je Het is bijna voorbij. Zo heeft hij tijd. Tijd om nog even, tijd om dan verder.
Tien, wie niet hier is, zal ik zien.
Handen verlaten ogen, een heldere blik. Je voelt zijn laatste aanwezigheid de hoek om verdwijnen.
Je blijft staan en holt hem achterna.
Je holt hem achterna.
Met hamer en aan beeld
oktober 11, 2009
Sirène
oktober 5, 2009
Mme evil ligt onder de grond.
Voor zij die zoiets al te letterlijk zouden nemen: figuurlijk dan.
Hoe hersenspinsels onder de aarde verworden tot wortels waar planten aan ontspruiten. Waterlelies in dit geval. Haar grond is een vijver, haar aarde vertroebelend water, een bodem van artificieel plastiek. Af en toe bellenblazende meermin, happend naar adem. Met benen als vinnen vol schrijnende schubben (verlangend naar een schrobbeurt).
Mme evil zwemt, deint. Luistert naar de zee in haar bad van wier en vissen. Ze ziet kleur, praat plopjes water. Plop, plop.
Mevrouwtje lonkt. Blikt haar voorbijzwemmers één voor één in. Conserven bewaren beter, smaken ze ook zo?
Hier rust: Koudbloedige evil, een vos in het lichaam van een waterdier - correctie: mens.
Geen haai die er naar kraait. Geen vis die er om blaft.
Waf.
Hoge ogen gooien
oktober 4, 2009
Ogen vind ik het moeilijkste ooit.
Hoe valt een gewone doordeweekse blik te vangen?
Dan heb ik het nog eens niet over de interpretatie van subtiele ondoordeweekse blikken,
they are a pain in the ass for my eyes, i know why.
Handdoek in de ring? Papier in de ring? Leegte houden in de ring?
Ik weet soms niet waarmee eerst te gooien.
-
september 26, 2009
Hier zit ik dan. Zeer Carrie B. gewijs.
Met een kleine blonde haarknots. Met een laptop, een roze pyamabroek en een hippe slobbertrui, rook rond mijn hoofd, rook in mijn hoofd.
In een kamer die nog te onpersoonlijk is. In een stad die mijn hart zeer hard heeft gestolen.
Het enige wat ontbreekt zijn my best girlfriends en de problemen met my best boyfriends.
Maar die rook in mijn hoofd maakt die gemissen goed.
Is er immers niet altijd iets…
zoals die problemen, hoofd en hartsgewijs
zoals een klein gemis op het juiste moment,
vriendschapsgewijs.
Volop genieten. Volop leven.
Volop piekeren.
Of ik bepaalde zaken wil en die dan wil delen met een persoon.
Bevestiging van een aantal wijze woorden over dat volop leven. En of volop niet te veel is en slechts een uitweg voor de zoekers van het kleine, onschuldige, oprechte, gedeelde geluk. Zoiets als liefde…
zoeken.
Maar niet volop zoeken. Niet luid zoeken. Niet hard zoeken.
Gewoon rustig vinden.
Dat lijkt me prachtig.
Bij een bevestiging hoort een weerlegging. Te veel water, maakt de wijn immers surrogaatwaterig.
Ik weerleg de woorden die mij in de mond gelegd worden. In verband met het al dan niet een “relatiemens” zijn.
Ik geloof niet in een concept als dé relatiemens. Ik geloof ook niet langer in zoeken om zo iemand te worden, maar gewoon in zo iemand worden, zonder een volop gezoek.
Ten slotte nog een contradictie.
Ik supporter voor de mensen met een eerlijke tong waarop hun hart ligt. Beter zekerheid dan gehoop.
Maar met een te rappe tong en een te kwetsbaar hart kies ik voorlopig om elk kwetsbaar woord nog x keer rond te draaien, nog x keer in te slikken.
Totdat het niet meer smaakt en er uit moet.
Of totdat woorden er even niet meer toe doen.
en nog een liedje, gewoon omdat het goed is:
M van Museum, maar ook een beetje van Maxima en Mathilde.
september 21, 2009

![]()
![]()
![]()
Zo liep het gisteren in Leuven.
Met fouillages.
Met royaltywatchers en nieuwsgierige stadsbewoners.
Met de burgervader.
Met wel zeer kleine schattige prinsesjes.
Met wachtende ceremonieschaardragers.
Met hectische persmensen die trainden voor een tienmeterloop.
Met de eerste glimp van die twee M’en van koninklijke huizen.
Met een korte vergalling van de vreugde omdat België naar het luidde “BARST”.
Met een snelherstellend getraind charme richting wachtende vrouwen.
Met informatie die boeiend lijkt te zijn.
En een M museum dat overeind blijft staan. Klaar om iedereen te onthalen op de Leuvense collectie en Rogier Van Der Weyden. Dat ik ga staat vast.
ik zou eens flagrant fictiegeschut willen bovenhalen en u wijsmaken dat mijn leven nog boeiender is dan het eigenlijk is.
gisteren bedacht ik nog dat het hoog tijd is om er maar voor uit te komen dat ik een onmiskenbare doch onderdrukbare liefde voel voor buschauffeurs. niets zo hartverwarrend- en verwarmend tegelijkertijd als een man in een strakke lijn in een strak lijnuniform. en zo’n busrijbewijs, da’s iets voor een echt straffe man, die met bussen rijden kan. de onderdrukking maakt dat ik slechts ‘bedankt’ zeg. geen hoogdravende, diepgaande gesprekken. slechts een oprecht woord. en een extra blik bij het openen van de portieren, onder de vermomming van de doe-die-deuren-eens-voor-mij-open-blik, maar onder die koele laag zit meer. meer dan dankbaarheid voor het kaartje en voor het openen van deuren. ook dankbaarheid voor het aan de praat houden van de zatlap voorin, dat maakt het wegdromen voor mij achterin alleen maar makkelijker.
en misschien is dit alles een illussie en misschien maak ik het alle buschauffeurs van de marginaalste buslijn wel te gemakkelijk.
Soms zegt een beeld meer dan woorden.