I once believed a fortune cookie
november 23, 2009
Als zwijgen goud is, houd ik van zilver
november 23, 2009
En dat is waar. Zilver is mooier dan goud, tenminste mooier dan geel goud.
Het is al enige tijd stil geweest aan deze zijde.
Langer zwijgen lukt echter niet. Byebye goud.
Vandaag heb ik iets belangrijk uit de biecht geklapt. Door de reële afstand dwong ik een skypesessie af.
Ik moet u iets belangrijk vertellen…
Weg verbinding.
BOYcot!
Maar het vertellen over het belangrijke vertellen maakte het finale vertelsel overbodig.
Er volgde een precieze predictie aan de andere zijde van de onderbroken lijn.
Omdat ik voorspelbaar ben? Of zeer openhartig? Of wij twee handen op een buik? Maakt niet uit.
Gezegd is gezegd. Zelfs ongezegd was gezegd.
Al zal ik waarschijnlijk nog wel eens een onbeholpen poging tot relativatie van het onuitgesproken nieuws ondernemen.
Stellig ontkennen.
Blog er anders over.
Zegt ze, mocking me.
Maar mijn mond loopt er gelukkig nog niet van over tot aan de internetsnelweg.
Een ander verhaaltje dan maar, deels realiteit, deels fictie en eventueel een vervaging tussen beiden in mijn wakkere piekermomenten.
Naargelang interpretatie kan je ‘t koppelen aan mijn vage inleiding.
Er was eens een avond.
Na een normaal uur officieel omgedoopt tot nacht.
Maandagnacht. Grillig. Aprillig.
Maandagavonden durven mooi te zijn, en zoet.
Maar die nacht constateerde ik grilligheid door mezelf bewust te maken van wat symboliek.
Je zet de jongen buiten.
Tot daar aan toe. Het is immers nacht.
Nog een blik op de lange straat en hij die me inmiddels ’s nachts verlaat.
Ik constateer met een laatste blik,
beslis nog een nuttige taak te vervullen,
noodzaak op een Leuvense maandagnacht.
De voordeur staat wagenwijd open. Terug naar binnen. Terug naar…
Buiten,
daar waar ik good riddance het vuilnis zet,
haast tegelijk met …
En ‘ah symboliek’ denk ik luidop, glimlachend.
Symboliek, anti-romantiek.
Een half jaar gaat voorbij.
Avonden en nachten. Whatever grillig of zoet.
Dromen en daden blijven bij.
Een zondag, ’s ochtends, veer ik recht.
Met herinnering aan…
Een locatie.
“Ik moet nog iets doen”, zegt hij.
Een bruine zak, een wagenwijd geopende deur en een blik op de straat .
Het lijkt wel maandagnacht.
Een hartslag sneller.
Een angstvallige blik
zoekt naar symbolische voortekens.
Naar buiten.
Niet terug naar binnen.
Maar ergens halfweg, leunend tegen de deurpost.
Daar staat hij dan.
De deur gaat onherroepelijk dicht.
I am in.
Symboliek, roma…..???
Tact
november 16, 2009
Het kan altijd erger.
Dat ik mijn angst goed kan verbergen, wist ik onlangs nog bevestigd toen een collega-studente me complimenteerde voor het feit dat ik gezien de omstandigheden “toch zo rustig kon blijven”. Mijn innerlijk wist wel beter, daar gierde het van de zenuwen.
Op dergelijke ogenblikken worden lyrische zinnetjes als “If I could die this very moment” enkel uitgebracht door het stemmetje in mijn hoofd. Pretending is één van mijn sterke kanten. Grote mond, bang hartje.
Dat het af en toe beter is die bibberende mond en klapperende tanden in hun volle glorie te tonen, leerde ik vanmiddag bij het tandartsbezoek. De angst voor boren en allerlei zuigende tools dateert reeds van mijn kindertijd. Het stiekem bekijken van ‘The Dentist’ in de kelder van een vriendin - een film waarin een wraakzuchtige tandarts zijn patiënten zonder verdoving iets te letterlijk aan de tand voelt – zal hier steevast mee te maken hebben. (Ja, we hebben er beiden nog steeds nachtmerries van)
Terwijl ik me daarstraks met een (schijnbaar) nonchalante zwier op zijn mechanische stoel neerplofte, bracht de nietsvermoedende en breed glimlachende man volgende ‘bemoedigende’ woorden uit: “Blij jou te zien want er worden de laatste tijd in het weekend nogal veel jonge meisjes doodgereden.”
Bam! Meteoriet.
Ik blijf me afvragen of de vergelijking over honden en hun baasjes ook geldt voor dergelijke monddeskundigen en hun gereedschap.
Wie niet weg is
oktober 27, 2009
Je staat aan de overkant, het is er stil. Wind en een tikkeltje regen vermengen zich met het zout op je gezicht zodat het haast niet opvalt. Het valt niet op. Twee vingers reiken richting wang. Ze willen voelen, aanraken, begrijpen.
Getroost door de gedachte dat je niet alleen bent – je bent niet alleen, er staat iemand naast je – breng je jouw handen naar je ogen. Eén, twee, drie, vier. Je sluit ze niet, houdt ze op een kier. Stiekem gluur je doorheen gordijnen van vingers.
De vingers dwalen verder, over wang, neus, wenkbrauw. Bij de haarlijn stoppen ze even. Je trillende mondhoek verlangt naar een teken. Een teken dat alles goed komt. Alles komt goed. Opnieuw waait de wind door je haar, in je nek een briesje afkomstig van een troostende ademhaling. Je bent niet alleen, er sust iemand. Hij suist, staat naast je, omarmt je met zijn armen van lucht. Dra zal hij je zoenen, dra komt alles goed.
Vijf, zes, zeven, acht. De nacht valt en valt, maar jij blijft licht, hij verlicht je.
Je zucht om te checken of… Ja, hij voelt het, weet dat je leeft, heeft geen teken nodig.
Bij negen zeg je Het is bijna voorbij. Zo heeft hij tijd. Tijd om nog even, tijd om dan verder.
Tien, wie niet hier is, zal ik zien.
Handen verlaten ogen, een heldere blik. Je voelt zijn laatste aanwezigheid de hoek om verdwijnen.
Je blijft staan en holt hem achterna.
Je holt hem achterna.
Met hamer en aan beeld
oktober 11, 2009
Sirène
oktober 5, 2009
Mme evil ligt onder de grond.
Voor zij die zoiets al te letterlijk zouden nemen: figuurlijk dan.
Hoe hersenspinsels onder de aarde verworden tot wortels waar planten aan ontspruiten. Waterlelies in dit geval. Haar grond is een vijver, haar aarde vertroebelend water, een bodem van artificieel plastiek. Af en toe bellenblazende meermin, happend naar adem. Met benen als vinnen vol schrijnende schubben (verlangend naar een schrobbeurt).
Mme evil zwemt, deint. Luistert naar de zee in haar bad van wier en vissen. Ze ziet kleur, praat plopjes water. Plop, plop.
Mevrouwtje lonkt. Blikt haar voorbijzwemmers één voor één in. Conserven bewaren beter, smaken ze ook zo?
Hier rust: Koudbloedige evil, een vos in het lichaam van een waterdier - correctie: mens.
Geen haai die er naar kraait. Geen vis die er om blaft.
Waf.
Hoge ogen gooien
oktober 4, 2009
Ogen vind ik het moeilijkste ooit.
Hoe valt een gewone doordeweekse blik te vangen?
Dan heb ik het nog eens niet over de interpretatie van subtiele ondoordeweekse blikken,
they are a pain in the ass for my eyes, i know why.
Handdoek in de ring? Papier in de ring? Leegte houden in de ring?
Ik weet soms niet waarmee eerst te gooien.
-
september 26, 2009
Hier zit ik dan. Zeer Carrie B. gewijs.
Met een kleine blonde haarknots. Met een laptop, een roze pyamabroek en een hippe slobbertrui, rook rond mijn hoofd, rook in mijn hoofd.
In een kamer die nog te onpersoonlijk is. In een stad die mijn hart zeer hard heeft gestolen.
Het enige wat ontbreekt zijn my best girlfriends en de problemen met my best boyfriends.
Maar die rook in mijn hoofd maakt die gemissen goed.
Is er immers niet altijd iets…
zoals die problemen, hoofd en hartsgewijs
zoals een klein gemis op het juiste moment,
vriendschapsgewijs.
Volop genieten. Volop leven.
Volop piekeren.
Of ik bepaalde zaken wil en die dan wil delen met een persoon.
Bevestiging van een aantal wijze woorden over dat volop leven. En of volop niet te veel is en slechts een uitweg voor de zoekers van het kleine, onschuldige, oprechte, gedeelde geluk. Zoiets als liefde…
zoeken.
Maar niet volop zoeken. Niet luid zoeken. Niet hard zoeken.
Gewoon rustig vinden.
Dat lijkt me prachtig.
Bij een bevestiging hoort een weerlegging. Te veel water, maakt de wijn immers surrogaatwaterig.
Ik weerleg de woorden die mij in de mond gelegd worden. In verband met het al dan niet een “relatiemens” zijn.
Ik geloof niet in een concept als dé relatiemens. Ik geloof ook niet langer in zoeken om zo iemand te worden, maar gewoon in zo iemand worden, zonder een volop gezoek.
Ten slotte nog een contradictie.
Ik supporter voor de mensen met een eerlijke tong waarop hun hart ligt. Beter zekerheid dan gehoop.
Maar met een te rappe tong en een te kwetsbaar hart kies ik voorlopig om elk kwetsbaar woord nog x keer rond te draaien, nog x keer in te slikken.
Totdat het niet meer smaakt en er uit moet.
Of totdat woorden er even niet meer toe doen.
en nog een liedje, gewoon omdat het goed is:


Soms zegt een beeld meer dan woorden.