Valentijnssprookje
februari 20, 2010
“Gelooft gij in valentijn?“
Dat bracht een gigantische glimlach bij mij teweeg, terwijl we ter hoogte van de supermarkt afscheid namen.
En wat een geluk dat hij dat aan zijn vriendin had gevraagd en niet aan mij. Anders zou mijn lach luidop geschald hebben.
Haar antwoord had als een voorzichtige “ja, misschien” geklonken.
Pas maar op, want dat betekent een volmondige ja, zei ik alsof ik de omgekeerde logica van elke vrouw kan analyseren.
Geen probleem, een voorbereid man is er twee waard volgens de zegswijze.
Een man met een gevoel voor romantiek. Hij bestaat blijkbaar…
Zijn actieplan was best schattig, maar maakte van hem nog geen actieheld.
Kotsleutel, afwezige vriendin, versieren in elke betekenis van dat woord.
Het deed me terugdenken aan enkele grappige scènes uit Chungking Express.
Zeer appreciabel, zo’n openhartige vriend. Met overduidelijk zijn hart op de juiste plek.
Zijn enige zorg bij zijn openhartigheid was dat ik zijn quotes vertekend zou kunnen parafraseren, op een blog bijvoorbeeld.
Ik glimlach nu dus opnieuw. En we zijn nog niet eens aan de clou.
Valentijn dus,
14 februari volgens de believers.
Hoe is het afgelopen?, vroeg ik, want ik had nog wat inspiratie nodig om vertekende quotes uit mijn duim te zuigen.
Tja, was het woord waar zijn eerlijke antwoord mee begon.
Roet in de romantiek.
In zijn agenda stond niet alleen met een dikke rode stift Valentijn gekaligrafeerd.
13 is vanaf nu ook officieel het ongeluksgetal voor elke vrouw die misschien in valentijn geloofde.
Op zaterdag 13 februari stond ‘doorzakken’ namelijk op het progamma.
…en als de kat van huis is, danst de kater de volgende ochtend nog op de ontbijttafel.
Van elke versiering kwam er dus niets in huis.
Verrassing verpest.
En de non-believers kunnen weer rustig ademhalen,
althans totdat die lieve gekken weer zotte plannen beginnen smeden.
Bimbo
januari 27, 2010
Van vrienden moet je t hebben meneer.
Ze zijn zo lief
want geven de bizarste complimenten:
dat ik wel een strak voorhoofd heb, in dit post-froufroutijdperk. Niet eens voor getraind!
of ik een nieuwe jeans heb? want dat niet iedereen daar zo goed mee staat. Nochtans een ultieme basic.
Ze zijn zo gekwetst
als je ze verslaat met Hit Me Baby One more Time.
Ze zijn zo vergevingsgezind
nadat het bij die ene nederlaag blijft.
Singstar winnen is een eenmalig wonder. Omdat ik het niet wil, ambieer ik het gelukkig niet.
Het mooiste compliment ooit rolde er pas uit na de korte vriendschapsbreak van laatmenu-singstarwinnen-met-hitmebabyonemoretime-ofdevriendschapisover
en dat ik het voortzeg is zeker ronduit onbescheiden, maar
ik zing schoon
&
“gij zijt een vrouw met veel verborgen talenten”
Daarmee was de toon van 2010 meteen goed gezet.
En was ik zelf vergevingsgezind na de beledigende uitlaat van die ochtend
“normaal valt hij altijd op bimbo’s”
want blond ben ik
af en toe rood
gelipt
maar bimbo?
NO
Rock’nroll lammetjes?
januari 4, 2010
Kleine, lokale, wannabe muzikanten. Ook al valt hun talent gemakkelijk dood te relativeren met een tiental adjectieven, ik heb iets met hen. Amusante vriendschapsbanden. De jongens die loeihard op een gitaar rammen of spastische trekjes vertonen tijdens hun ritmische drumshow zijn, eenmaal naast het podium, meestal brave lammetjes. Zonder angst en met veel plezier doorsnuffel ik bijgevolg al eens hun muzikale bagage tijdens een avondje op café.
De definitie van de rock-’n-roller strookt dus niet met mijn ervaring in het plaatselijke muziekveld. Twee grunge exemplaren slurpen thee aan de toog en knikken lieflijk terwijl een van onze vrienden zijn eigen nummers zingt. Gezelligheid is troef dankzij aanmoedigend geklap. Muzikale vriendschap heerst.
Wanneer het muziekveld daarentegen een slagveld van concurrentie is, wordt vijandigheid troef. Vergeet in dat geval wat ik beweerde over rock-’n-rolllammetjes. Toen een trompettist nogal hoog van zijn toren blies, gingen mijn ogen open: “Oh ja, met dat rockgroepje zouden we inderdaad wel samen een zaal kunnen afhuren en daar dan optreden. Dankzij hun naambekendheid komen dan waarschijnlijk veel mensen kijken. Ze zijn volgens onze frontman helaas te slecht om met ons te mogen touren.” Wablief? De zachte lammetjeswol was weggeschoren. Mijn muzikale vrienden praten soms als bloeddorstige, concurrerende wolven over elkaar. Deze conclusie trek ik rechtlijnig, omdat ik me baseer op meerdere gevallen van openlijke vijandigheid. Spottende blikken, ontmoedigend matig handgeklap, opgehaalde schouders, beledigingen van muziekgroep A naar muziekgroep B en vice versa, ik zag het de revue passeren.
Hoe is dat mogelijk denk ik dan. Ze zitten al hevig te concurreren nu ze nog in de onderste regionen van muzikale professionaliteit vasthangen. De drang om te klimmen is er nochtans al. Misschien vrezen ze niet uit het onderste, gezellige schuitje te raken als ze te lief zijn voor elkaar. Misschien is een spiraal van de andere muzikanten afkraken dan onafwendbaar. Verbaasd en kritisch sta ik daar bij stil. Intussen vliegen demo’s en uitnodigingen voor rockwedstrijden me om de oren. Ik beken dat ik me daardoor graag vriendschappelijk en muzikaal laat verleiden. Mijn hardste, kritische adjectieven leg ik dan graag even neer in naam van muzikale vriendschap. Muziek is ten slotte toch love, and peace and understanding en geen war.
Antwoorden in (on)klare taal. Schrap wat niet past.
december 13, 2009
- Anders over het feit dat je niet weet wat te bloggen?
- Maar ik weet het eigenlijk misschien wel.
Zelfs bovenstaande aanzet is er een voorbeeld van: ik durf mensen nogal eens op het foute been te zetten.
(on)bewust.
Bijgevolg heb ik de laatste tijd al heel wat (in)directe vragen over mij heen gekregen.
Het is nochtans niet zo dat ik in eerste instantie (on)eerlijk wou zijn.
Stel mij een vraag en ik antwoord, desnoods meteen, (on)duidelijk.
De ene vraagt zich via via af wat het wil zeggen om op een maandagavond met mij de bruine vuilniszakken buiten te zetten. Blij dat ik een persoonlijk ‘begrip’ heb kunnen creëren.
Ik antwoord vaag, glimlachend dat dat er niet toe doet. Wat sorteren en weggooien is voor de ene, is samen pizza’s bakken voor de andere, roep ik richting keuken.
Toch?
De volgende vraagt zich af of ik toevallig het liefje van ben. Blijkbaar is die indruk gewekt. En dan is er verbazing wanneer mijn chaperonne vraagt: wat heb je daarop dan geantwoord?
Neen. Natuurlijk.
(want eerlijk duurt het langst)
En spottend voeg ik daar aan toe dat nog elke weg open ligt.
Zijn er nog avonturen waarvan ik moet weten?: vraagt long-time-no-see A.
Entertainment verzekerd met een bende nieuwsgierige vrouwen aan de feesttafel, en met de luidste aan het hoofd.
Enkele betekenisvolle blikken kaatsen haast ongemerkt heen en weer.
Haar blik wendt zich naar mij: ten slotte is er toch altijd iets aan de gang bij jou…
Daar gaan we dan, braaf geef ik een rondje entertainment, uit het hart.
Woordenstroom, glimlachjes, blinkende oogjes. Ze krijgen het allemaal.
Wederom verbazing. ‘Ik val uit de lucht.’ Blij dat ik zo persoonlijk eens een ‘val’ heb kunnen creëren.
Heb je intussen al een minnaar?
Pardon, ‘een minnaar’ denk ik mierenneukend. Alsof ik het zou doen met zo een achterhaald woord. Gelukkig zijn er ook verborgen complimenten wanneer ik verwoed uitweid over (mijn) (on)weerstaanbare charme.
Sommige vragen zijn van een inspecteurachtige aard: waar was je toen rond 00.30uur? De speurtocht was toen blijkbaar al ingezet. Logisch als je twee dierbaren vermist.
Achteloos antwoord ik dat mijn acute verdwijning nochtans zeer onschuldig was. Geen paniek.
Alles is in orde.
Alles gaat zijn gang.
Speculaties, speculaas. Het kan me gestolen worden.
Nogmaals: geen paniek.
Nogmaals: (on)eerlijk duurt het (kortst) langst.
I once believed a fortune cookie
november 23, 2009
Grove borstel erdoorheen & op naar de volgende episode
augustus 29, 2009
Gisteren heb ik vaarwel gezegd aan mijn residentie in de Schapenstraat. Prachtige straat en het leuke uitzicht op de Zwartezusterkapel zoek ik nog eens op zodra de stellingen verdwijnen.
Het vaarwel ging gepaard met een overhaast opruimen en kuisen.
Tussendoor was er gelukkig nog tijd voor een terrasje dat tot rust was gekomen na de middagdrukte en de bezetting door de mannen in kostuums inclusief nonkel jan. Bar del Sol in diezelfde prachtige straat bood wat rust en cola en zon en een goede babbel met naamgenote die andere A. En we zijn zo’n wereld van verschil.
Ze licht me in over gezondheidssituaties, een nieuw geïnstalleerd kot, haar goesting in de start van het nieuwe academiejaar, een koersfiets en een of andere echte koers doorheen Leuven met Schleck en anderen.
Ik licht haar in over hoe ik de thesisfinish chaotisch haalde, hoe mijn hele oude kot die dag nog in orde gezet moet worden, mijn goesting in het nieuwe jaar op het vlak van (hopelijk) gezellig pendelen en socializen met nieuwe mensen, de last-minute-kot-zoektocht die ik nog moet aanvatten en een bizar Leuvens toeval dat me aan het lachen maakte.
We besluiten dat alles in orde komt. Toch blijft een opmerking tot vandaag bij me hangen “Waarom valt gij toch altijd op de foute mannen?”
Ze bedoelt het goed en bezorgd en ze hoopt op beter voor mij. En ik kan dat waarom verklaren door een samenloop van kennissenkringen, bizarre toevalligheden, slechte timings, impulsieve goesting en een naïef optimisme. Maar ik moet mezelf niet verklaren, want ik zie niets echt als fout of zeer dom of hartverscheurend. Er valt voor niets iemand iets te verwijten en liever een ondiep dal door een foute flirt dan een diep dal door iemand die zeer juist leek. Gevolg is dat ik niet verander, noch twee keer tegen dezelfde steen zal stoten, doch andere stenen misschien wel zal… oprapen. Ik vrees dat ik niet blijf stilzitten want stilzitten is wiebelen. Geef me maar een sprong in ‘t veld. Zo behoud ik mijn inhoudelijk inlichtingsmateriaal voor de volgende gezellige terrasjesbabbels.
‘s Avonds kreeg ik trouwens nog telefonische felicitaties van de ex-kotbazin “voor de propere kamer”.
exit,
Housewife
Kerkelijke viriliteit
juli 15, 2009
Weer zo’n dag van eerlijke oprechtheid. Dat leidt al eens tot aangename, echte gesprekken. Zelfs met tegenspelers die ik niet spontaan gecast zou hebben. Nieuw gesprekspartnermateriaal of een occasionele voltreffer?
Ik heb spontaan een van mijn dromen uit de doeken gedaan. Deze ging als volgt:
We zitten in een kerk, aan de rechterkant van het gangpad.
Er is een begrafenis volop aan de gang.
Een pastoor spreekt wat woorden, maar ze dringen niet tot me door.
Ik word immers afgeleid.
Door een stel handen.
Ze maken nogal iets te handige aanstalten.
Waarop ik al fluisterend, maar geïrriteerd, repliceer: “Is dit niet nogal ongepast? Hier temidden van de begrafenis van mijn man zaliger.”
Uitstel leek noodzakelijk, gezien de vrome katholieke setting en het gegeven van mijn prille weduwe zijn.
De nieuweling onder mijn gesprekspartners neemt het in zich op, laat het even bezinken en komt met zijn conclusies. Hij stelt dat de afwijzing centraal staat, want ik was geïrriteerd en had volgens hem nog een verwerkingsproces voor de boeg.
Rooskleurige interpretatie, dacht de cynische psycho-analist in mij. Misschien was ik immers op de begrafenis van mijn man, een oude man, je weet wel de leeftijdscategorie die er logischerwijs nogal eens dood bij neervalt. Misschien was ik in de toekomst wel ergens gefaald op het succesvolle pad dat van mij een liefdevolle vrouw of (als dat niet ging) een steenharde succesvolle zakenvrouw had moeten maken. Misschien was ik dan maar uit opportunistische overwegingen een blonde stoeipoes aan de arm van een grijsaard geworden. Dan zou een afwijzing zeker niet centraal staan, maar zouden mijn blauwe oogjes beginnen blinken dankzij de aandacht van een knappe, jonge, passionele, viriele man.
Droomsgewijs en droomverklaringsgewijs slaat mijn fantasie op hol. In de realiteit weet ik goed wat ik wil en dat is zeker geen grijsaard of het geld van zo’n impotente man. Maar ik zeg niet wat ik wil. Dat “wat” zijn zaken voor op termijn. Mijn heden steekt vol met fantasie en verhaaltjes, niet met vastgeroeste patronen of mensen waaraan ik wettelijk, infrastructureel of fysiek gebonden ben. En ik neem dat zoals het is, af en toe met een cynische, scheve blik, af en toe met een stralend dromerige glimlach.
En gisteren zag ik prachtige wolken in de vorm van: een half gelaat, een vleermuis, een draak en een schommelpaardje dat ook veel weghad van een poedel.
i’m a lady
juli 1, 2009
° Eric Meerschaert wint de canvascrack. Is dat niet leuk. Zomaar even 25.000 euro en een fles moët op tafel dankzij the Hongkong Dong en Kama, maar vooral dankzij zichzelf. Ik heb de reeks nog niet echt zitten volgen, maar qua quizkeuze blijft de crack mijn favoriet. http://www.deredactie.be/permalink/1.554847 en die mannen blijven zo verdomd nuchter, niet uit het lood te slaan herman en eric, ze zouden beter meteen die fles “in hun gilet kappen”.
° Al gehoord van schapenrock, neen, check dan schapenrock.be als je iets te doen wilt hebben op 4 & 5 juli. Ik ga hoe dan ook niet, maar laat dat u niet tegenhouden. Tenzij thuiszitten of iets anders een betere optie is. Er zal wel keuze genoeg zijn.
° I’m a lady is mijn lied van de dag. Ik ben zo overdonderd in de wolken van Santogold (soms ook wel eens geschreven als Santigold, verwarrend). Moest die vrouw geen lady, maar een gentleman zijn, dan zou ik zeggen ‘ik ben verliefd op Santogold’, maar ik ben al verliefd op Conor Oberst en Sufjan Stevens (meer muzikale polyandrie kan ik misschien niet aan, ,misschien wel) . Maar nu zeg ik dat dus niet, want ik word nooit verliefd op vrouwen, zelfs niet als hun muziek niet luid genoeg kan klinken in mijn oren, of als ik bewust willekeurig met mijn hoofd en voeten knik en stamp aan de rode lichten, of als ik harder fiets door haar energiepompende muziek… Conclusie, ik raad haar aan, beluister haar goed op cd, op youtube of op myspace, want ze is het waard.
° Smirten, to smoke & to flirt. Maar, zo doe ik het niet. Ik rook niet, ik flirt amper. Hoe zullen we het treinen + flirten noemen, vraag ik mij dan af = trirten, traiyen, flr(e)inen, playrailen, railplayen, flirttraining… Wat zijn de regels? Wat zijn de openingszinnen? “wilde gok, uw bestemming is de mijne”, “all rails lead to my place
“, fout fout fout. Ik weet het dus niet. En wat zeg je dan weer niet. Je naam bijvoorbeeld, hoe elementair onbeleefd, maar je kent dat, voor je het weet ben je gefacebookt-googled en daar komt “vriendschap” van en dat zou belachelijk zijn.
° Heb ik al gezegd dat ik een zelf lady ben. Ik draag rokken. Zelfs in een relatie zou ik een rok dragen, want hoe belachelijk zou het zijn om als vrouw ‘met de broek’ (van de relatie) te plooien voor het dragen van een broek, omdat de uitdrukking het zo wil. Als je een broek draagt, om dé broek te dragen, dan ben je eigenlijk een sloef. Tot tweemaal toe ben ik (vandaag) een vrouw (geweest)(, volgens het cliché), ik heb een onweerstaanbare drang om ‘een soldeke te doen’ zijn gang laten gaan én dit resulteerde in de aankoop van een rokje bij Noa Noa. En dat vind ik leuk, gewoon even brainless, materialistisch zijn, maar toch ook opportunistisch indien je het zo wil bekijken. Ik vind immers wel eens een opportunity om de rok aan de man te brengen.
° en dan nog waar ik het niet over ga hebben: jongens, het kussen van jongens, schoolgerelateerde frustraties, het warme weer, de goesting in een glaasje moët of cava want die is in naar het schijnt ook in opmars, of wijn, NIET dus, want er bestaan optimistischere zaken zoals zingende ladies, de keuze voor vriendschap (aka ‘laten we vrienden blijven’> dat zit in de lift alsof het cava was, bedankt bart peeters, ge zijt nen toffe peer maar wat met vriendschap?!) in tijden waarin het onzeker lijkt of je iemand nog wel mag kussen en het warme weer dat bovendien toch niet toelaat, rokjes en playrailen (of hoe we dat fenomeen ook mogen noemen) al leidt dat laatste gelukkig niet eens tot vriendschap, maar ook niet tot kussen voor alle duidelijkheid.
vragen of opmerkingen: You know my name (unless i did not tell you) Look up the number, or leave a comment.
(Rebel)Leren
juni 19, 2009
Rebel zonder doel, maar dat “zonder doel” is inherent aan rebellie. Hoewel “inherentie” niet inherent is, want afwijken van de regel is ook de norm van rebellie.
Kortom schotel mij een puur hypothetisch dilemma voor van:
A) een avondje iets gaan drinken met een beste vriendin en het gezellig maken alsof we in vakantiestemming zijn
OF
B) een avondje rustig verder studeren in het volle besef dat er na een nachtelijke tijdsspanne -van even korte tijd als in hypothesesituatie 1- een examen gaat volgen.
Als rebel kies ik voor 1, ik kies voor de semi-onredelijkheid van optie 1, voor de echte vriendschapsmanifestatie inclusief boezemvriendelijke afscheidshugs.
Maar ik moet bekennen, ik ben niet zo’n rebel. Ik ben braaf. Tenzij ik mijn vriendinnen plaag door ze puur hypothetische dilemma’s voor te schotelen waarop ze mogen antwoorden met antwoord
A) “JA ik wil”, als respons op het aanzoek van een puur hypothetische dreamboy om een avontuurlijk avondje flink op zwier te gaan, dankzij de logica wetende dat dat fataal wordt ten opzichte van het examen van de daaropvolgende dag.
OF
B) “NEEN”, ik zou braaf naar huis gaan, zoals het een serieus meisje betaamt.
Dankzij mijn bravoure van braviteit, zit ik dus maar gewoon rustig lekker thuis, zinloze gehypothiseerde gedachten neer te pennen, uit verveling voor het slapengaan. En reeds in een volledige roes van slaperigheid.



Soms zegt een beeld meer dan woorden.