Wie niet weg is

oktober 27, 2009

Je staat aan de overkant, het is er stil. Wind en een tikkeltje regen vermengen zich met het zout op je gezicht zodat het haast niet opvalt. Het valt niet op. Twee vingers reiken richting wang. Ze willen voelen, aanraken, begrijpen.

Getroost door de gedachte dat je niet alleen bent – je bent niet alleen, er staat iemand naast je – breng je jouw handen naar je ogen. Eén, twee, drie, vier. Je sluit ze niet, houdt ze op een kier. Stiekem gluur je doorheen gordijnen van vingers.

De vingers dwalen verder, over wang, neus, wenkbrauw. Bij de haarlijn stoppen ze even. Je trillende mondhoek verlangt naar een teken. Een teken dat alles goed komt. Alles komt goed. Opnieuw waait de wind door je haar, in je nek een briesje afkomstig van een troostende ademhaling. Je bent niet alleen, er sust iemand. Hij suist, staat naast je, omarmt je met zijn armen van lucht. Dra zal hij je zoenen, dra komt alles goed.

Vijf, zes, zeven, acht. De nacht valt en valt, maar jij blijft licht, hij verlicht je.

Je zucht om te checken of… Ja, hij voelt het, weet dat je leeft, heeft geen teken nodig.

Bij negen zeg je Het is bijna voorbij. Zo heeft hij tijd. Tijd om nog even, tijd om dan verder.

Tien, wie niet hier is, zal ik zien.

Handen verlaten ogen, een heldere blik. Je voelt zijn laatste aanwezigheid de hoek om verdwijnen.

Je blijft staan en holt hem achterna.

Je holt hem achterna.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: