Realiseren is vandaag beseffen, niet te gelde maken.
Anders had ik het koekje niet geloofd.

thx to Liza!

Advertenties

En dat is waar. Zilver is mooier dan goud, tenminste mooier dan geel goud.
Het is al enige tijd stil geweest aan deze zijde.
Langer zwijgen lukt echter niet. Byebye goud.

Vandaag heb ik iets belangrijk uit de biecht geklapt. Door de reële afstand dwong ik een skypesessie af.

Ik moet u iets belangrijk vertellen…

Weg verbinding.
BOYcot!

Maar het vertellen over het belangrijke vertellen maakte het finale vertelsel overbodig.
Er volgde een precieze predictie aan de andere zijde van de onderbroken lijn.
Omdat ik voorspelbaar ben? Of zeer openhartig? Of wij twee handen op een buik? Maakt niet uit.
Gezegd is gezegd. Zelfs ongezegd was gezegd.
Al zal ik waarschijnlijk nog wel eens een onbeholpen poging tot relativatie van het onuitgesproken nieuws ondernemen.
Stellig ontkennen.

Blog er anders over.

Zegt ze, mocking me.
Maar mijn mond loopt er gelukkig nog niet van over tot aan de internetsnelweg.

Een ander verhaaltje dan maar, deels realiteit, deels fictie en eventueel een vervaging tussen beiden in mijn wakkere piekermomenten.
Naargelang interpretatie kan je ’t koppelen aan mijn vage inleiding.

Er was eens een avond.
Na een normaal uur officieel omgedoopt tot nacht.
Maandagnacht. Grillig. Aprillig.
Maandagavonden durven mooi te zijn, en zoet.
Maar die nacht constateerde ik grilligheid door mezelf bewust te maken van wat symboliek.

Je zet de jongen buiten.
Tot daar aan toe. Het is immers nacht.
Nog een blik op de lange straat en hij die me inmiddels ’s nachts verlaat.
Ik constateer met een laatste blik,
beslis nog een nuttige taak te vervullen,
noodzaak op een Leuvense maandagnacht.

De voordeur staat wagenwijd open. Terug naar binnen. Terug naar…
Buiten,
daar waar ik good riddance het vuilnis zet,
haast tegelijk met …
En ‘ah symboliek’ denk ik luidop, glimlachend.
Symboliek, anti-romantiek.

Een half jaar gaat voorbij.
Avonden en nachten. Whatever grillig of zoet.
Dromen en daden blijven bij.
Een zondag, ’s ochtends, veer ik recht.
Met herinnering aan…

Een locatie.
“Ik moet nog iets doen”, zegt hij.
Een bruine zak, een wagenwijd geopende deur en een blik op de straat .
Het lijkt wel maandagnacht.

Een hartslag sneller.
Een angstvallige blik
zoekt naar symbolische voortekens.

Naar buiten.
Niet terug naar binnen.
Maar ergens halfweg, leunend tegen de deurpost.
Daar staat hij dan.

De deur gaat onherroepelijk dicht.
Trash is out.
I am in.

Symboliek, roma…..???

Tact

november 16, 2009

Het kan altijd erger.

Dat ik mijn angst goed kan verbergen, wist ik onlangs nog bevestigd toen een collega-studente me complimenteerde voor het feit dat ik gezien de omstandigheden “toch zo rustig kon blijven”. Mijn innerlijk wist wel beter, daar gierde het van de zenuwen.

Op dergelijke ogenblikken worden lyrische zinnetjes als “If I could die this very moment” enkel uitgebracht door het stemmetje in mijn hoofd. Pretending is één van mijn sterke kanten. Grote mond, bang hartje.

Dat het af en toe beter is die bibberende mond en klapperende tanden in hun volle glorie te tonen, leerde ik vanmiddag bij het tandartsbezoek. De angst voor boren en allerlei zuigende tools dateert reeds van mijn kindertijd. Het stiekem bekijken van ‘The Dentist’  in de kelder van een vriendin – een film waarin een wraakzuchtige tandarts zijn patiënten zonder verdoving iets te letterlijk aan de tand voelt – zal hier steevast mee te maken hebben.  (Ja, we hebben er beiden nog steeds nachtmerries van)

Terwijl  ik me daarstraks met een (schijnbaar) nonchalante zwier op zijn mechanische stoel neerplofte, bracht de nietsvermoedende en breed glimlachende man volgende ‘bemoedigende’ woorden uit: “Blij  jou te zien want er worden de laatste tijd in het weekend nogal veel jonge meisjes doodgereden.”  

Bam! Meteoriet.

Ik blijf me afvragen of de vergelijking over honden en hun baasjes ook geldt voor dergelijke monddeskundigen en hun gereedschap.