Geen boom, so what (now)!(?)

december 23, 2009

Ik schreef onlangs een verhaal over rockers. Dat ze wel ongelofelijk schattig kunnen zijn, terwijl ze theetjes drinken en vergeten hun gitaren aan diggelen te slaan. Het counter argument kwam al gauw. Ten slotte zijn die muzikanten nu eenmaal ook menselijk, verwaand en bovenal jaloerse bitchslappers. Of het dus waard was over hen te schrijven, no clue. Een collega versloeg daarentegen het kerstmisgeschenk-item.
Iets waarover ik momenteel duchtig zit te denken. De conclusie zou ik al gauw kunnen trekken:

a) van een kerstboom is hier nada te zien. Behalve dan in de tuin, zelfs een met echte BALLEN.

b) van pakjes is er helemaal geen sprake

Niets in zicht, geen verwachtingen. Geen probleem, ik kruip al jaren in een grinchy kleedje voor Kerstmis.
Als ik echt eerlijk ben, valt toch niet langer te ontkennen dat ik in mijn fantasie doorheen een hebberige bui zweef.
Mentaal beleef ik uitspattingen. Niet van luxe, of een overload aan heerlijke chocomousse -deze is al achter de kiezen, helaas.
Kleine, schattige verrassingen. Origineel en van emotionele waarde. Vraag me niet hoe dat praktisch realiseerbaar zou zijn. Daarvoor moet je mee in mijn fantasie kunnen duiken en niet in de portefeuille, of toch niet per se te diep. Dan verwacht ik een hemelse, dodelijke oldskoolmixtape of in het ergste geval iets zeer praktisch zoals een hoofdtelefoon die het nalaat om met overstuurs gekraak mijn denkbeeldig gitaargetsjengel bij Death Cab  te verstoren. Eigenlijk wacht ik gewoon op een excuus om zelf te geven. Er liggen nog wat leuke dingen in de kast, onder een punaise, in mijn rommelschaaltje op de frigo en niet te diep in mijn portefeuille. Hoe bekom ik dan best het evenwicht tussen geven en NEMEN?

Oh, foute fantasie,

scheer je weg!

Maar blijf vooral nog even

Doe me sidderen, rrr, laat me beven

Sluit mijn ogen

laat me dromen, het onmogelijke overkomen

Zwijg en spreek des te meer

Prikkel mijn zinnen

keer na keer na…

keer

Doe me zweven

tot ik val

tot ik opbruis

in het glas van verbeelde verwatering

sis sis suis

Ach foute fantasie,

als mijn verbeelding is verwaterd

geef me kleur,

doe me dansen in stoute gedachten

geef me warme, zoete nachten

Lente en meisje

alsjeblieft nog geen vrouw

Je zwijgt als ik vraag:

Blijf je me trouw?

 

Brief aan overbodige gedachten (deel II)

 

Ach foute fantasie

daar ben je weer

in al je glorie

 Ik kijk niet graag

op je valse tronie

Dus tel ik af

van één twee drie

 Hup ga dan

naar je vrienden,

Droom en Hallucinatie,

 Oeps, ik vergeet je trouwe Illusie

Opgelet:

dat wordt nog eens ruzie!

Anders over het feit dat je niet weet wat te bloggen?

– Maar ik weet het eigenlijk misschien wel.

Zelfs bovenstaande aanzet is er een voorbeeld van: ik durf mensen nogal eens op het foute been te zetten.
(on)bewust.
Bijgevolg heb ik de laatste tijd al heel wat (in)directe vragen over mij heen gekregen.
Het is nochtans niet zo dat ik in eerste instantie (on)eerlijk wou zijn.
Stel mij een vraag en ik  antwoord, desnoods meteen, (on)duidelijk.

De ene vraagt zich via via af wat het wil zeggen om op een maandagavond met mij de bruine vuilniszakken buiten te zetten. Blij dat ik een persoonlijk ‘begrip’ heb kunnen creëren.
Ik antwoord vaag, glimlachend dat dat er niet toe doet. Wat sorteren en weggooien is voor de ene, is samen pizza’s bakken voor de andere, roep ik richting keuken.
Toch?

De volgende vraagt zich af of ik toevallig het liefje van ben. Blijkbaar is die indruk gewekt. En dan is er verbazing wanneer mijn chaperonne vraagt: wat heb je daarop dan geantwoord?
Neen. Natuurlijk.
(want eerlijk duurt het langst)
En spottend voeg ik daar aan toe dat nog elke weg open ligt.

Zijn er nog avonturen waarvan ik moet weten?: vraagt long-time-no-see A.

Entertainment verzekerd met een bende nieuwsgierige vrouwen aan de feesttafel, en met de luidste aan het hoofd.
Enkele betekenisvolle blikken kaatsen haast ongemerkt heen en weer.
Haar blik wendt zich naar mij: ten slotte is er toch altijd iets aan de gang bij jou…
Daar gaan we dan, braaf geef ik een rondje entertainment, uit het hart.
Woordenstroom, glimlachjes, blinkende oogjes. Ze krijgen het allemaal.
Wederom verbazing. ‘Ik val uit de lucht.’ Blij dat ik zo persoonlijk eens een ‘val’ heb kunnen creëren.

Heb je intussen al een minnaar?
Pardon, ‘een minnaar’ denk ik mierenneukend. Alsof ik het zou doen met zo een achterhaald woord. Gelukkig zijn er ook verborgen complimenten wanneer ik verwoed uitweid over (mijn) (on)weerstaanbare charme.

Sommige vragen zijn van een inspecteurachtige aard: waar was je toen rond 00.30uur? De speurtocht was toen blijkbaar al ingezet. Logisch als je twee dierbaren vermist.
Achteloos antwoord ik dat mijn acute verdwijning nochtans zeer onschuldig was. Geen paniek.

Alles is in orde.
Alles gaat zijn gang.
Speculaties, speculaas. Het kan me gestolen worden.
Nogmaals: geen paniek.
Nogmaals: (on)eerlijk duurt het (kortst) langst.