Bimbo

januari 27, 2010

Van vrienden moet je t hebben meneer.

Ze zijn zo lief

want geven de bizarste complimenten:

dat ik wel een strak voorhoofd heb, in dit post-froufroutijdperk. Niet eens voor getraind!

of ik een nieuwe jeans heb? want dat niet iedereen daar zo goed mee staat. Nochtans een ultieme basic.

Ze zijn zo gekwetst

als je ze verslaat met Hit Me Baby One more Time.

Ze zijn zo vergevingsgezind

nadat het bij die ene nederlaag blijft.

Singstar winnen is een eenmalig wonder. Omdat ik het niet wil, ambieer ik het gelukkig niet.

Het mooiste compliment ooit rolde er pas uit na de korte vriendschapsbreak van laatmenu-singstarwinnen-met-hitmebabyonemoretime-ofdevriendschapisover

en dat ik het voortzeg is zeker ronduit onbescheiden, maar

ik zing schoon

&

“gij zijt een vrouw met veel verborgen talenten”

Daarmee was de toon van 2010 meteen goed gezet.

En was ik zelf vergevingsgezind na de beledigende uitlaat van die ochtend

“normaal valt hij altijd op bimbo’s”

want blond ben ik

af en toe rood

gelipt

maar bimbo?

NO

Comme comme comme

januari 26, 2010

 

Onlangs ontdekte Marie waar het fout gelopen was. Niet in haar bovenkamer, zoals John haar meermaals had willen wijsmaken. Het ging fout daar waar haar liefde voor roze pony’s met blonde krullen begon. Het moet maart 2005 geweest zijn, een doordeweekse dinsdag bij valavond. Buiten regende het verschrikkelijk hard. Merkwaardig dat Marie zich dat nog kon herinneren want zij had naar slechte gewoonte iets te diep in het aanlokkelijke alcoholische glas gekeken: na enkele whisky’s waren rode wijn en porto in onbescheiden hoeveelheden gevolgd.

De aanleiding voor deze onopenbare doch duidelijk zichtbare dronkenschap was haar nu, bijna twee jaar later, nog steeds onbekend. Maar de gebeurtenis die zich deze avond voordeed, zou haar tot op de dag van vandaag achtervolgen.

Marie las veel over hare krishna en boeddhisme, deed aan yoga en geloofde in een wedergeboorte van zichzelf. Het liefst zou ze terugkomen als konijn. Geschriften leerden haar dat de manier waarop een mens zijn leven nu leidt, grotendeels bepaalt in welke toestand hij later weerkeert. Deze kennis maande haar ertoe aan iedere zondag een graasplekje uit te zoeken in de tuin. Op handen en knieën snuffelde ze haar tuintje rond tot het moment waarop haar intuïtie het bevel gaf halt te houden. Op zulke momenten beeldde ze zichzelf in dat ze van jan en alleman hield. Maar het allermeest van groen voedsel. Dat hielp.

Na haar niet zo verrukkelijke maaltijd trakteerde Marie zichzelf doorgaans op een uitgebreid bad – want ook konijnen hebben recht op hygiëne. Zo nu en dan echter, had ze het een beetje moeilijk met dat grazen. Marie was immers niet zo verdraagzaam ten opzichte van routine. “Impulsief en onbevangen” had ze de verdacht vriendelijke vrouw in witte jas ooit zien noteren.

Als kind koesterde Marie een hekel voor dieren. Zelfs een vlieg kon op antipathie rekenen. Maar met het ouder worden en het komen van de zogenaamde jaren van verstand was ze milder geworden. Althans ten opzichte van bepaalde soorten en creaturen. Haar haat jegens cactussen en bosduiven zou ze immers nooit of te nimmer kwijt raken. Hier was een simpele verklaring voor.

Nonkel Jos was 86 toen hij stierf. Hoewel Marie hem enkel kende van familiefeestjes, kon hij voor haar part cum laude de award voor meest irritante persoon winnen. Bovendien geloofde ze dat hij haar belemmerde een leven te leiden zoals zij dat wenste. Zijn dood betekende bijgevolg een ware bevrijding die haar deed grazen als nooit tevoren.

Het mooie liedje werd echter een weinig later verstoord door het plotse opduiken van enkele vogels. Eén soort van deze wezens lag haar allesbehalve nauw aan het hart. Het was de bosduif: in haar ogen het meest verderfelijke en irritante beest dat er bestond. Zat Marie op haar terras, dan roekoeden deze schepsels vrolijk alsof ze wisten dat niets haar dag kon verpesten, behalve dat. En het leek wel alsof zij het enige slachtoffer was van hun triomfantelijke gezangen, alsof zij alleen werd uitgelachen door het gekir dat niet zomaar een willekeurig gejank bleek te zijn maar waarin een duidelijk systeem zat. Na enig denkwerk was het dan ook niet moeilijk om dé link te maken tussen deze verderfelijke beesten en de vrijheid waar ze sinds kort van mocht proeven. De missing link kon niemand anders dan haar nonkel Jos zijn: hij was gereïncarneerd in een irritante bosduif.

Goed. Die memorabele avond in maart zat Marie luidkeels mee te zingen met haar platencollectie van Marco Borsato en La Esterella, toen ze plots werd opgeschrikt door een dierlijk geluid. Aangezien de drank haar fantasie  reeds meermaals op hol had gebracht,  liet ze zich niet meer zo gemakkelijk van haar stuk brengen. Maar dit gehinnik – of wat het ook was – liet haar niet los.  Gehinnik ja, dat lees je goed, het leek wel alsof er achter de keukendeur een merrie om aandacht riep. Nu had Marie al veel meegemaakt, maar van paarden in de keuken had ze nog geen kaas gegeten. Laat het de drank geweest zijn die haar uiteindelijk de deur met een ruk deed openen.

Wat ze daar echter zag, zou geen mens geloven. Een wit licht scheen fel in haar ogen en nadat deze aangepast waren zag ze… zag ze… Ze zag een roze pony met blonde manen. Prachtige verschijning. Je zou jezelf voor minder storten in allerlei religies en bidden tot Allah dat je gered wordt van het kwaad. En dat deed ze ook. Maar bang was ze niet, dat was ze nooit en zeker niet van een roze pony die haar zo lief aanstaarde dat ze hem prompt ten huwelijk zou vragen. Ze praatte wat met haar nieuwe vriend, streelde zijn gekrulde lokken en verdween samen met hem in het Niets.

En vanaf die dag wist Marie dat haar doel elders lag. Niet hier op het aardse, maar elders. Ergens ver weg, waar de dieren konden spreken en de chocola en drank rijkelijk vloeiden.

They

januari 13, 2010

They DOn't weergegeven

Vraag

januari 9, 2010

Gaat het wel eens door de maag?Picture0037

Rock’nroll lammetjes?

januari 4, 2010

Kleine, lokale, wannabe muzikanten. Ook al valt hun talent gemakkelijk dood te relativeren met een tiental adjectieven, ik heb iets met hen. Amusante vriendschapsbanden. De jongens die loeihard op een gitaar rammen of spastische trekjes vertonen tijdens hun ritmische drumshow zijn, eenmaal naast het podium, meestal brave lammetjes. Zonder angst en met veel plezier doorsnuffel ik bijgevolg al eens hun muzikale bagage tijdens een avondje op café.
De definitie van de rock-‘n-roller strookt dus niet met mijn ervaring in het plaatselijke muziekveld. Twee grunge exemplaren slurpen thee aan de toog en knikken lieflijk terwijl een van onze vrienden zijn eigen nummers zingt. Gezelligheid is troef dankzij aanmoedigend geklap. Muzikale vriendschap heerst.
Wanneer het muziekveld daarentegen een slagveld van concurrentie is, wordt vijandigheid troef. Vergeet in dat geval wat ik beweerde over rock-’n-rolllammetjes. Toen een trompettist nogal hoog van zijn toren blies, gingen mijn ogen open: “Oh ja, met dat rockgroepje zouden we inderdaad wel samen een zaal kunnen afhuren en daar dan optreden. Dankzij hun naambekendheid komen dan waarschijnlijk veel mensen kijken. Ze zijn volgens onze frontman helaas te slecht om met ons te mogen touren.” Wablief? De zachte lammetjeswol was weggeschoren. Mijn muzikale vrienden praten soms als bloeddorstige, concurrerende wolven over elkaar. Deze conclusie trek ik rechtlijnig, omdat ik me baseer op meerdere gevallen van openlijke vijandigheid. Spottende blikken, ontmoedigend matig handgeklap, opgehaalde schouders, beledigingen van muziekgroep A naar muziekgroep B en vice versa, ik zag het de revue passeren.
Hoe is dat mogelijk denk ik dan. Ze zitten al hevig te concurreren nu ze nog in de onderste regionen van muzikale professionaliteit vasthangen. De drang om te klimmen is er nochtans al. Misschien vrezen ze niet uit het onderste, gezellige schuitje te raken als ze te lief zijn voor elkaar. Misschien is een spiraal van de andere muzikanten afkraken dan onafwendbaar. Verbaasd en kritisch sta ik daar bij stil. Intussen vliegen demo’s en uitnodigingen voor rockwedstrijden me om de oren. Ik beken dat ik me daardoor graag vriendschappelijk en muzikaal laat verleiden. Mijn hardste, kritische adjectieven leg ik dan graag even neer in naam van muzikale vriendschap. Muziek is ten slotte toch love, and peace and understanding en geen war.