Anders over het feit dat je niet weet wat te bloggen?

– Maar ik weet het eigenlijk misschien wel.

Zelfs bovenstaande aanzet is er een voorbeeld van: ik durf mensen nogal eens op het foute been te zetten.
(on)bewust.
Bijgevolg heb ik de laatste tijd al heel wat (in)directe vragen over mij heen gekregen.
Het is nochtans niet zo dat ik in eerste instantie (on)eerlijk wou zijn.
Stel mij een vraag en ik  antwoord, desnoods meteen, (on)duidelijk.

De ene vraagt zich via via af wat het wil zeggen om op een maandagavond met mij de bruine vuilniszakken buiten te zetten. Blij dat ik een persoonlijk ‘begrip’ heb kunnen creëren.
Ik antwoord vaag, glimlachend dat dat er niet toe doet. Wat sorteren en weggooien is voor de ene, is samen pizza’s bakken voor de andere, roep ik richting keuken.
Toch?

De volgende vraagt zich af of ik toevallig het liefje van ben. Blijkbaar is die indruk gewekt. En dan is er verbazing wanneer mijn chaperonne vraagt: wat heb je daarop dan geantwoord?
Neen. Natuurlijk.
(want eerlijk duurt het langst)
En spottend voeg ik daar aan toe dat nog elke weg open ligt.

Zijn er nog avonturen waarvan ik moet weten?: vraagt long-time-no-see A.

Entertainment verzekerd met een bende nieuwsgierige vrouwen aan de feesttafel, en met de luidste aan het hoofd.
Enkele betekenisvolle blikken kaatsen haast ongemerkt heen en weer.
Haar blik wendt zich naar mij: ten slotte is er toch altijd iets aan de gang bij jou…
Daar gaan we dan, braaf geef ik een rondje entertainment, uit het hart.
Woordenstroom, glimlachjes, blinkende oogjes. Ze krijgen het allemaal.
Wederom verbazing. ‘Ik val uit de lucht.’ Blij dat ik zo persoonlijk eens een ‘val’ heb kunnen creëren.

Heb je intussen al een minnaar?
Pardon, ‘een minnaar’ denk ik mierenneukend. Alsof ik het zou doen met zo een achterhaald woord. Gelukkig zijn er ook verborgen complimenten wanneer ik verwoed uitweid over (mijn) (on)weerstaanbare charme.

Sommige vragen zijn van een inspecteurachtige aard: waar was je toen rond 00.30uur? De speurtocht was toen blijkbaar al ingezet. Logisch als je twee dierbaren vermist.
Achteloos antwoord ik dat mijn acute verdwijning nochtans zeer onschuldig was. Geen paniek.

Alles is in orde.
Alles gaat zijn gang.
Speculaties, speculaas. Het kan me gestolen worden.
Nogmaals: geen paniek.
Nogmaals: (on)eerlijk duurt het (kortst) langst.

En dat is waar. Zilver is mooier dan goud, tenminste mooier dan geel goud.
Het is al enige tijd stil geweest aan deze zijde.
Langer zwijgen lukt echter niet. Byebye goud.

Vandaag heb ik iets belangrijk uit de biecht geklapt. Door de reële afstand dwong ik een skypesessie af.

Ik moet u iets belangrijk vertellen…

Weg verbinding.
BOYcot!

Maar het vertellen over het belangrijke vertellen maakte het finale vertelsel overbodig.
Er volgde een precieze predictie aan de andere zijde van de onderbroken lijn.
Omdat ik voorspelbaar ben? Of zeer openhartig? Of wij twee handen op een buik? Maakt niet uit.
Gezegd is gezegd. Zelfs ongezegd was gezegd.
Al zal ik waarschijnlijk nog wel eens een onbeholpen poging tot relativatie van het onuitgesproken nieuws ondernemen.
Stellig ontkennen.

Blog er anders over.

Zegt ze, mocking me.
Maar mijn mond loopt er gelukkig nog niet van over tot aan de internetsnelweg.

Een ander verhaaltje dan maar, deels realiteit, deels fictie en eventueel een vervaging tussen beiden in mijn wakkere piekermomenten.
Naargelang interpretatie kan je ’t koppelen aan mijn vage inleiding.

Er was eens een avond.
Na een normaal uur officieel omgedoopt tot nacht.
Maandagnacht. Grillig. Aprillig.
Maandagavonden durven mooi te zijn, en zoet.
Maar die nacht constateerde ik grilligheid door mezelf bewust te maken van wat symboliek.

Je zet de jongen buiten.
Tot daar aan toe. Het is immers nacht.
Nog een blik op de lange straat en hij die me inmiddels ’s nachts verlaat.
Ik constateer met een laatste blik,
beslis nog een nuttige taak te vervullen,
noodzaak op een Leuvense maandagnacht.

De voordeur staat wagenwijd open. Terug naar binnen. Terug naar…
Buiten,
daar waar ik good riddance het vuilnis zet,
haast tegelijk met …
En ‘ah symboliek’ denk ik luidop, glimlachend.
Symboliek, anti-romantiek.

Een half jaar gaat voorbij.
Avonden en nachten. Whatever grillig of zoet.
Dromen en daden blijven bij.
Een zondag, ’s ochtends, veer ik recht.
Met herinnering aan…

Een locatie.
“Ik moet nog iets doen”, zegt hij.
Een bruine zak, een wagenwijd geopende deur en een blik op de straat .
Het lijkt wel maandagnacht.

Een hartslag sneller.
Een angstvallige blik
zoekt naar symbolische voortekens.

Naar buiten.
Niet terug naar binnen.
Maar ergens halfweg, leunend tegen de deurpost.
Daar staat hij dan.

De deur gaat onherroepelijk dicht.
Trash is out.
I am in.

Symboliek, roma…..???

Picture0009Soms zegt een beeld meer dan woorden.
Soms eindigt de avond bijzonder mooi met veel gelach – eigenlijk meisjesachtig gegiechel – en een bijhorende vetzakkerij aan een gemiddelde prijs van €2.25.
Er kwam een compliment voor de attentie met betrekking tot de tafel die we kringvrij wilden houden. Er was ook sprake van ‘ik heb al een vriendinnetje’. En luidop dacht ik dat klinkt té ‘sweetsixteen’, of het betreft iemand die zijn vriendin graag vriendinnetje noemt. Een geluk voor de kringvrije tafel, een ongeluk voor de aanzitters van de tafel die een unieke kans hebben gemist om uitgenodigd te worden voor de culinaire specialiteiten aan onze gastvrije tafel.

Achja, leven is kiezen. En een beetje denken over het leven en aan de hand van die gedachten hilarische theorieën uit de grond stampen en amusante toogpraat verkopen aan kringvrije cafétafels.
Gisteren werd er aan 4 tafels gezeten.
1. Was om op te warmen en wakker te worden met koffie in de namiddag. Om Indiase reisverhalen part 1 aan te horen. Om te plannen wat we nog kunnen gaan doen: kotetentjes, uitgaan en als het lukt en mag naar London trekken, maar dat weten we nog niet. Om een aantal steden te evalueren. Om een aantal mensen te evalueren wat hun oppervlakkigheid en hun looks betreft (zoek de contradictie). Om niet fluisterend het onderwerp seks aan te snijden.

2. Was in afwachting van een film. En om te praten over dromen, letterlijke. Ik kon wel een aantal straffe verhalen uit mijn mouw schudden, wat mijn stelling ondersteunt dat dromen zelfgeregisseerde films zijn die geprojecteerd worden op de binnenkant van je oogleden. Na het uit de doeken doen van mijn absurde en actieheldinverhalen werd het tijd voor de vertoning van: PERSEPOLIS. In elk elk elk opzicht een aanrader. Ik was compleet gecharmeerd door: de inhoud gebaseerd op zo’n straffe (voor)geschiedenis, de uitwerking van beeld naar animatie, de scèneovergangen die altijd vloeiend waren op een zeer creatieve manier, de vormen van elk figuur(tje), de humor, de aangrijpendheid op bepaalde momenten (oh ja, deze film kan meer / evenveel als Bambi), de prachtige zwart-wit eenvoud waarmee gespeeld werd z-w, w-z…
Wat de humor van het omapersonage betreft viel er nog na te kaarten / redetetwisten over: de akkoordheid met haar uitspraak dat het eerste mislukte huwelijk  gerelativeerd kan worden omdat het een goede voorbereiding is op het tweede en de absolute akkoordheid met haar andere straffe uitspraak. En eerlijk waar, ik heb haar woorden al gehoord en gezegd, Persepolisomaatjes zijn talrijker dan één.

The first marriage is practice for the second.


Listen. I don’t like to preach, but here’s some advice. You’ll meet a lot of jerks in life. If they hurt you, remember it’s because they’re stupid. Don’t react to their cruelty. There’s nothing worse than bitterness and revenge. Keep your dignity and be true to yourself.

3. Was om er een andere vriendin bij te betrekken. Een blij weerzien, mooi om zien. Om eens een van mijn niet dagdagelijkse drankjes te drinken, om te beseffen waarom dat niet dagdagelijks is. Om een aanzet te geven voor gesprekken die lang kunnen duren. Om de weg te kunnen afleggen naar 4. langs een Leuvense plaats waar zelfs voor mij en mijn korte leven al een heel klein beetje nostalgie rond hangt.

4. Was om de strafste (zie ook 1.)  gesprekken en uitspraken op de kringvrije tafel te leggen. Om een ander niet dagdagelijks drankje te testen. Om plaatsen op de kaart aan te duiden, bestemmingen en geschiedkundig relevante plaatsen. Om te beseffen hoe moeilijk het is om uit te spreken wie in de top 3 van ‘beste mannen’ zit, waarna je kan nadenken of less more is indien je met een top 1 zit. Om de vluchtigheid van het leven aan te snijden door een wat-als-situatie ‘wat als ons nog zeer weinig tijd rest?’: wat nog te doen, te zien, wie nog lief te hebben en hoe dat te uiten. Om het eens over de politieke toekomst te hebben wat betreft de staatstructuur. Om te speculeren over een scifi toekomst en de ‘wat als je verliefd wordt op een alien?’-situatie. Om argumenten te wikken en wegen wat betreft het initiatief durven nemen voor de benadering van jongens. Om over feminisme te discussiëren. Ten slotte om niet-serieuze “openingszinnen” dan maar eens te testen.

En zo komen we terug aan het begin van dit verhaal… uit één dag gegrepen.

Those Mice are Nice

augustus 3, 2009

Vorige week droomde ik dat we een nieuw beestje in huis hadden rondlopen en dat was een witte muis.
Het leek heel evident dat die in huis rondliep, dat mijn moeder zo gezwind was om deze te vangen wanneer ze uit haar kooitje sprong en tenslotte dat ze het beste maatje was van onze zwarte hond.
In de wakkere wereld leek het minder evident om een moeder grapjesgewijs eens te overtuigen van dit nieuwe huisdier. Het dichtsbijzijnde compromis dat hypothetisch te sluiten viel, was een konijn.
Afgelopen nacht was ik in Frankrijk. ’s Nachts vond daar in een pittoresk kerkje een akoestisch optreden plaats van Santogold onder begeleiding van een stel hiphopdansers. Ik was in gezelschap van scoutsvrienden en we zongen uit de bijbel Santo’s lyrics mee. Daarna was er nog een discussie over al dan niet gaan zwemmen met het risico op het missen van de laatste bus. Maar dat was voor alle duidelijkheid dus ook een droom.
Intussen is er toch een nieuwe muis in huis gehaald. Waarschuw me als ik te zeer lijk te transformeren in Barbie (roze + blond > vooroordelen). Het zou een nachtmerrie zijn en dan zwijgen we nog over dat jarenlange timmeren aan het image-management.
Picture0067

Kerkelijke viriliteit

juli 15, 2009

Weer zo’n dag van eerlijke oprechtheid. Dat leidt al eens tot aangename, echte gesprekken. Zelfs met tegenspelers die ik niet spontaan gecast zou hebben. Nieuw gesprekspartnermateriaal of een occasionele voltreffer?
Ik heb spontaan een van mijn dromen uit de doeken gedaan. Deze ging als volgt:
We zitten in een kerk, aan de rechterkant van het gangpad.
Er is een begrafenis volop aan de gang.
Een pastoor spreekt wat woorden, maar ze dringen niet tot me door.
Ik word immers afgeleid.
Door een stel handen.
Ze maken nogal iets te handige aanstalten.
Waarop ik al fluisterend, maar geïrriteerd, repliceer: “Is dit niet nogal ongepast? Hier temidden van de begrafenis van mijn man zaliger.”
Uitstel leek noodzakelijk, gezien de vrome katholieke setting en het gegeven van mijn prille weduwe zijn.

De nieuweling onder mijn gesprekspartners neemt het in zich op, laat het even bezinken en komt met zijn conclusies. Hij stelt dat de afwijzing centraal staat, want ik was geïrriteerd en had volgens hem nog een verwerkingsproces voor de boeg.
Rooskleurige interpretatie, dacht de cynische psycho-analist in mij. Misschien was ik immers op de begrafenis van mijn man, een oude man, je weet wel de leeftijdscategorie die er logischerwijs nogal eens dood bij neervalt. Misschien was ik in de toekomst wel ergens gefaald op het succesvolle pad dat van mij een liefdevolle vrouw of (als dat niet ging) een steenharde succesvolle zakenvrouw had moeten maken. Misschien was ik dan maar uit opportunistische overwegingen een blonde stoeipoes aan de arm van een grijsaard geworden. Dan zou een afwijzing zeker niet centraal staan, maar zouden mijn blauwe oogjes beginnen blinken dankzij de aandacht van een knappe, jonge, passionele, viriele man.
Droomsgewijs en droomverklaringsgewijs slaat mijn fantasie op hol. In de realiteit weet ik goed wat ik wil en dat is zeker geen grijsaard of het geld van zo’n impotente man. Maar ik zeg niet wat ik wil. Dat “wat” zijn zaken voor op termijn. Mijn heden steekt vol met fantasie en verhaaltjes, niet met vastgeroeste patronen of mensen waaraan ik wettelijk, infrastructureel of fysiek gebonden ben. En ik neem dat zoals het is, af en toe met een cynische, scheve blik, af en toe met een stralend dromerige glimlach.

En gisteren zag ik prachtige wolken in de vorm van: een half gelaat, een vleermuis, een draak en een schommelpaardje dat ook veel weghad van een poedel.

how bizar, how bizar

juni 14, 2009

Ik leed nogal stevig onder een aanhoudende buikpijn. Een afspraak in het ziekenhuis dan maar.
Afspraak is afspraak, ik ga zelfs als ik op dezelfde dag toch al in staat blijk te zijn om een giant ijsje op te smullen. Maar er is geen vervoer voorzien. Bijgevolg krijg ik een bewuste toestemming, in primeur, om maar eens met mijn mama haar voiture op stap te gaan. Ondanks het feit dat ik nog niet over een rijbewijs beschik. Maar afpraak is afpraak.
In de inkomhal staat wat printwerk van een aantal studenten geëtaleerd. Het ziet er fris, kleurrijk en boeiend uit, dus ik neem wat stapeltjes papier mee voor in de wachtkamer. Ze komen me halen, het is aan mij.
Het ziekenhuis blijkt echter helemaal geen ziekenhuis te zijn, maar een academie. Ik word niet aan fysische gezondheidstesten onderworpen, maar moet zwoegen op een fysica-achtige test… iets met lichtbundels. Ik zit achteraan en terwijl ik mijn kop breek op de breking van het licht bespeur ik twee van mijn vrienden voor me. Het is allemaal wat nieuw voor me, nog nooit heb ik zo lang moeten werken aan een test. Om 1AM ben ik pas buiten.
De twee vrienden wachten me op. We gaan nog iets drinken en belanden in een rokerige bar met groezelige hoekjes en achterkamertjes. We kiezen een veilig, zichtbaar centraal plekje.
Alles wordt klassiek oldskool zwart-wit voor mijn ogen. De vriendin gaat drankjes halen aan de bar. Intussen waren er al signalen gevallen via semi-verstrengelde benen, dus ik grijp mijn kans. Neen, ik grijp hem en kus hem. In een eerlijke evaluatievlaag zeg ik verwonderd wow, dat is nooit zó goed bij de eerste kus.

Voor een klassieke film stopt het daar. Maar ik besef dat ik toch nog wat nood heb aan een nachtelijke actiescène en er nog een soort van bewijsmateriaal is achtergebleven bij een exvriend. Gezien het feit dat niemand iets over ons mocht weten en we beslist hebben elkaar nooit meer te zien, ben ik verplicht dit op inbrekerswijze te gaan uitwissen. Ongegeneerd ren ik doorheen kamers met mensen naar zijn kamer. In de verte zie ik hem en zijn vrienden al naderen. Time-pressure!! Na aankomst grijp ik wat ik moet hebben, maar mijn oog valt op een -naar mijn smaak lelijk- meisjestshirt en een alcoholstift. Vliegensvlug krabbel ik er de volgende woorden op ‘Yeah, yeah right, you keep going!’. Ik spring uit het raam naar beneden. Het regent dat het giet. Kletsnat en zonder schoenen ren ik ervandoor, opgelucht en blij.

Achja

juni 11, 2009

“Achja, de liefde hé.”

En daarop tekent zich een flauw lachje om haar mond. Even elementair glimlachen ter bevestiging. Maar inwendig lichtjes rollen met de ogen.
Of had deze man echt verstand van zaken. Hoeveel levenservaring moest er wel al niet via zijn sofa gepasseerd zijn.
Misschien was hij al zodanig afgesteld op het opsporen van emoties als een bloedhond op bloed.
Hij herkende ‘de liefde he’ waarschijnlijk altijd als hij ze zag.

Een oprechtere glimlach dan maar, er is immers liefde in het spel. Dat is toch duidelijk.
Een buitenstaander als deze derde bloedhond in het kegelspel mag zelfs een andere taal spreken. Hij zingt een beetje. Maar toch hij verstaat haar zelfs zonder woorden. Ze is een open boek vol romantiek. En hij herkent een stationsromannetje als hij het ziet.

Menigmaal moeten hij en collega’s al getuigen geweest zijn van ‘die liefde he’.
Die speelt zich waarschijnlijk meestal tussen twee mensen af op de achterbank.
Taxichauffeurs, het zijn de nieuwe psychologen. Niet gelogen.
Gelukkig had dit exemplaar een rijbewijs, want met zijn alwetendheid qua emoties had hij haar volledig op het foute spoor gezet.
Hoewel… hij zei: “Achja” én “he”. Dat is hetzelfde als een zucht, zelfs in Vlaams-Brabant. Volgende keer neemt ze wel de bus.

Ik heb iets te schrijven. Want we hebben nog eens iets uitgestoken. Een cultureel snuifje geïnhaleerd. In de Brusselse Botanique godbetert. Want het zijn Les Nuits Botanique en daar valt voor een surfer niet aan te ontsnappen> als je pakweg eens passeert langs de Cutting Edge website voor wat leuke foto’s. Maar van gisteren heb ik er vandaag nog geen gezien.
Het was 16 mei en ik nam mijn beste vriend mee, na ons pizza-, wijnavontuur, was hij bevestigd aan mijn sleeptouw naar het station en via een lange siteseeingshortcut doorheen het groezelig gezellige Noord en via het gratis koffiestandje en de papyrusplanten en de vissen, tot in de orangerie. Alwaar we achtereenvolgens aanschouwden:

  • Sharon Van Etten: tweede helft van haar voorlaatste nummer. Het pakte ons direct in, in een bubbeltjesplastic die ons moest beschermen tegen de hoogste dosis breekbaarheid van de avond. Haar stijl deed me wat denken aan Cat Power, althans bij dit nummer. De Ander zei dat hij dacht aan Feist. Dat lijken me complimenten, of ze dan van toepassing zijn volgens de echte kenner doet er niet toe. Haar laatste nummer bleek -volgens een introductie waarvan ik geen woord had verstaan, maar waardoor het me wel duidelijk werd dat ze aan haar laatste nummer kwam- opgedragen aan haar moeder. Zó ijl, langgerekt, BREEKbaar, iets té, tenzij… ik beeldde me in dat ze dit zou doen in een bombastisch, charismatisch decor zoals een kerkje (dat beeld spookte flitsgewijs door mijn hoofd) dan zou ik het kippenvelmoment beter kunnen uitspelen.
  • Pauze: een mooie avond om buiten wijntjes te drinken. Ik denk dat we nog op tijd waren voor…
  • Akron/Family: ik zag ze met drie staan op een podium, al denk ik dat ik hier en daar verschoot omdat ik een (misschien imaginair) vierde individu zag opduiken. Zichtbaarheid dus niet optimaal. Maar dat hoefde ook niet per se voor deze mannen, al ontbraken ze niet aan mannelijkheid met hun baarden. Goed en tof en sfeermakend, wat wilder dan Sharon… hoewel natuurlijk niet heel ruig ofzo, al leken sommige mensen in korte evaluatieve gesprekjes die ik achteraf opving toch hier en daar een commentaar klaar te hebben wat de overstuurse, distortionovergangetjes betrof. Niet akkoord dacht ik dan maar! Gitaren doen het hem wat mij betreft, dat lange rekken, die afbouw en opbouw, het humoristische van zo’n bende folkers die de iets stevigere toer opgaan en in hun finale zelfs een beetje begonnen te grunten. Het is eigenlijk simpelweg aan Akron te danken dat ik deze post neerpen, want het kon geen toeval zijn dat ik ze vandaag weer tegenkwam en vervolgens eens vier keer achtereenvolgens naar River luisterde. Dit moet ik delen via de blog/muzikaal interessante site Hypem.com: Akron+Family+-+River. Beluister ze zéker eens.
  • Wederom pauze: ik denk dat we ze toen wel té langgerekt namen. Maar dat was de moeite met zoveel volk om naar te kijken: rode botjes, zwarte blinkende botjes, fluo William Matthewson-stijl leggings, een blikvangende hottie die aan en afkwam en het spelletje- “wie zou je kiezen als je nu moet kiezen” best wel makkelijk maakte voor mij.
  • Back to music met The Acorn: Ze waren vooral met veel. En the more, the merrier! Wederom folky. Wat me voornamelijk beviel was hun percussie, om de een of andere reden deed het me wegdromen naar zuidelijker oorden… zo’n beetje een onvoorstelbare combi van met een echte Amerikaanse pick-up een roadtripje maken door de Afrikaanse vlakten met dit op de mixtape. Grappig beeld denk ik dan, al valt dat te relativeren want nu wek ik een veel exotischer beeld op dan hoe ze echt klinken, maar het leek me wel even de moeite om het zo te zeggen omdat ik het zo ervaarde. Ervaring is waar het om draait bij live muziek, in die zin van momentopname en niet van expertise. Conclusie: goede ontdekking, aansluitend bij mijn goede smaak en daarmee bedoel ik beter aansluitend dan Akron al waren deze de moeite voor een keer.
  • Pauze: en we vallen in herhaling met wijn en leuke gesprekken, zelfs moest de muziek op geen kloten getrokken hebben, zou het haast nog de moeite geweest zijn.
  • Eindelijk en jammergenoeg wetend dat we niet die-hard tot het einde zouden kunnen gaan/blijven omwille van het treinen >> The Great lake Swimmers of ook wel eens Tony Dekkers’ atletische zwemclubje genaamd door de sympathisanten: hiervoor in de eerste plaats! Tweede keer dat ik ze aan het werk zag en zeker de moeite. Beste nummer bleef het voor mij reeds zeer bekend in de oren klinkende Rocky Spine. Ik kan er eigenlijk niet zo veel woorden aan vuil maken, al is de kans dat ik dat toch doe betrekkelijk groot. Het was nogal in dé lijn van tGLS niet echt met hoge hoogtes of diepe dalen, gewoon goed, fijn en man i love the banjo! 🙂 En contrabass is ook wel zwoeltjes. En dé samenzang met het meisje/background/toetsen/gitaar was wat mij betrof het meest passend bij het hele plaatje. Een goede mix van de verwachte emotionele tearjackers die werden afgewisseld met de godzijdank-want-ideaal-om-dat-tear-jacken-tegen-te-gaan-meer)in-country/banjo-stijl-nummers. Net wat we nodig hadden.
  • En die kleine sprint naar het station was misschien ook wel ongeveer wat we nodig leken te hebben. Aan mijn tempo mocht het tenslotte niet liggen, moesten we de laatste trein richting hometown missen. Het was ook nodig voor het trainen van de conditie. Misschien ook als leuke anekdote voor later…

Het lange verhaaltje stopt hier wel. Vriendschap en muziek in een sausje van wijn, da’s een mooie happy end conclusie. Whatever dacht ik dan maar deze ochtend toen ik wakker werd met het besef dat ik niet had gedroomd over skateboardende vleermuizen, een mens kan niet alles hebben in het leven.