Multa Tuli

mei 15, 2010

Zijn er problems? Vertel maar.

Misschien zei hij ook gewoon problemen, maar mijn vertroebelde memory denkt daar anders over.
Wat ik daarop antwoordde, is ook al onder de grens van vaagheid weggezonken.
Zelfs als ik niets zei, straalde ik affirmiteit uit. Mondhoeken en co zijn zo’n verdomd eerlijke communicators.
Ja, ach ja, helaas wel, er zit nog steeds een vlieg aan de lamp.
Echte duiding wou ik echter niet aan zijn nieuwsgierige neus hangen. Ik zou nog liever het hele BHV-circus op onze discussieschotel gooien.
Hem vertellen dat ik daar ook wel eens van wakker lig, dat er een vlieg aan de politieke lamp hangt.

Ik heb niks te zeggen. Praten over problemen maakt het soms alleen maar erger.

In ware strateegstijl gooide hij er daarom nog wat wijsheid -de appel valt niet ver van de boom- bovenop om het onderwerp af te ronden.

Elk probleem ís een oplossing. Op korte, lange of middellange termijn.

En zijn strategie werkte. Ik zweeg nog meer dan ik van plan was. Materiaal voor stille bedenkingen werd mij aangeleverd: waarom praat hij plots in clichéraadsels, bedoelt hij hier niet ‘heeft’ in plaats van ‘is’, waarom komt middellang na kort en lang als het er temporeel gezien tussenin zit. Mentaal zat ik op hem te vitten.
De stilte werd opgevangen. Boxen opengegooid. Daar was Koen Fillet met enkele weetjes over Eduard Douwes Dekker.

Qui Studet optatem cursu contingere metum,
Multa tulit fecit que, sudavit et alsit
Abstinuit venere et vino.

Wie ernaar streeft iets in de loop van het leven te bereiken,
moet als jongeman veel dragen, veel doen, veel zweten en kou lijden,
en zich onthouden van vrouwen en wijn. (Horatius)

Hoe zou een jongevrouw het best iets bereiken binnen de lange termijn van haar leven? Onthouding van mannen en van wijn? En wat met bier?

Advertenties

Sommige stakkers discussiëren graag op café.
Op een terras of aan een toog. Ze zitten. Ze zwanzen.
Dan gaat het bijvoorbeeld over de -al dan niet grote- bijdrage van goede lyrics aan goede muziek, naar het schijnt.
Ik zwans hier.

Het ligt niet aan i’m on tonight, you know my hips don’t lie dat heupen de waarheid beginnen te vertellen in rokerige, ranzige rumbazaaltjes. Lichaamstaal is puur ritmisch. Shakira’s gekermde woorden verdwijnen hoogstens naar een subliminaal niveau eenmaal je toe bent aan dansen of “de verticale expressie van een horizontale wens” -zoals een sociologieprofessor ooit prachtig verwoordde.
Het ligt wel aan i like big butts and i can not lie dat ik spontaan glimlach. Glimlachen, maakt een nummer weliswaar bijlange nog niet de moeite. Zoals een enkele zwaluw de lente nog niet maakt, naar het schijnt.

Jamais je n’aurais pensé …”Tant besoin de lui” kon ik al meezingen voordat ik wist hoe ik een conditionnel passé moest samenstellen. Nevermind dat ik als twaalfjarige niet wist wat sensualiteit is, ik vond dat Axelle rockte.

Sommige ‘tekstanalyses’ van sublieme nummers stellen mij bovendien echt teleur.
Stel dat één nummer er recent nog in is geslaagd om je te doen huilen. Het deed je veel oogwater verspillen, nota bene op een zeer idiote plek. In bad, reeds in een overvloed aan water -dubbele verspilling.
Hetzelfde nummer speelt ook wanneer je zit, op een toilet, in een café. Het doet je niets, behalve dan door die herinnering aan dat voorgaande verscheurende moment. Het doet je niets, want de uitvoering is anders. Andere zanger, andere band. Zelfde lyrics. De getormenteerde gevoelslaag die Buckley er dik oplegt in elk (onzinnig) woord is weg. Love is not a victory march is de enige tekstlijn die overeind blijft.

Vanavond botste ik op DAWES.
Luister even via Hypem. Volledig mijn stijl. Maar ik word met mijn neus wel keihard op die lyrics gedrukt. Ze zijn helaas echt schoon verwoord. Serieus. Qua emotionele poëzie scoren ze een pluspunt. Daaraan verspil ik graag lovende woorden. Eventueel een traan, afhankelijk van de timing.

Wat draagt jouw voorkeur?

Een sfeervol Blair Witch-huisje en wat boomstronken waarop je perfect je hout zou kunnen klieven? (via Daytrotter.com) Of een meisje in bikini, een offerritueel en wat bondage?

De muziek blijft, de tekst blijft.

I’ve locked up these words, in fear that I’d say them wrong.
Is it love as a mountain, or love as a simple song?
And the moment that the two meet
has now laid itself at your feet.

And love is not convenient; it does not cease at your command.
You might take and leave it, but love is all I am.
Love is all I am.

Valentijnssprookje

februari 20, 2010

“Gelooft gij in valentijn?

Dat bracht een gigantische glimlach bij mij teweeg, terwijl we ter hoogte van de supermarkt afscheid namen.
En wat een geluk dat hij dat aan zijn vriendin had gevraagd en niet aan mij. Anders zou mijn lach luidop geschald hebben.
Haar antwoord had als een voorzichtige “ja, misschien” geklonken.
Pas maar op, want dat betekent een volmondige ja, zei ik alsof ik de omgekeerde logica van elke vrouw kan analyseren.

Geen probleem, een voorbereid man is er twee waard volgens de zegswijze.
Een man met een gevoel voor romantiek. Hij bestaat blijkbaar…
Zijn actieplan was best schattig, maar maakte van hem nog geen actieheld.
Kotsleutel, afwezige vriendin, versieren in elke betekenis van dat woord.
Het deed me terugdenken aan enkele grappige scènes uit Chungking Express.

Zeer appreciabel, zo’n openhartige vriend. Met overduidelijk zijn hart op de juiste plek.
Zijn enige zorg bij zijn openhartigheid was dat ik zijn quotes vertekend zou kunnen parafraseren, op een blog bijvoorbeeld.
Ik glimlach nu dus opnieuw. En we zijn nog niet eens aan de clou.

Valentijn dus,
14 februari volgens de believers.

Hoe is het afgelopen?, vroeg ik, want ik had nog wat inspiratie nodig om vertekende quotes uit mijn duim te zuigen.

Tja, was het woord waar zijn eerlijke antwoord mee begon.

Roet in de romantiek.
In zijn agenda stond niet alleen met een dikke rode stift Valentijn gekaligrafeerd.
13 is vanaf nu ook officieel het ongeluksgetal voor elke vrouw die misschien in valentijn geloofde.
Op zaterdag 13 februari stond ‘doorzakken’ namelijk op het progamma.
…en als de kat van huis is, danst de kater de volgende ochtend nog op de ontbijttafel.
Van elke versiering kwam er dus niets in huis.
Verrassing verpest.
En de non-believers kunnen weer rustig ademhalen,
althans totdat die lieve gekken weer zotte plannen beginnen smeden.

Size

februari 5, 2010

ik heb iets tegen mensen
die (on)subtiel vragen hoe het staat
met punten…
en dat is geen kwestie van schaamte

vanuit interesse
dat lijkt mij nog een toelaatbare voorwaarde
om zo’n domme “hoeveel hebt gij” te stellen
maar altijd draait het toch stiekem om:
ik wil meer hebben,
ik maak u in, want ben een competitieve bitch

al valt er zelf ook wel een portie te genieten met een repliek die zorgt voor
een mond vol tanden
als ze niet het verhoopte antwoord krijgen

als je het toch over beter, maar vooral over méér wil hebben
vraag dan gewoon:

hé hoe groot is die van jouw?

of

wat is je cup?

dan krijg je tenminste een meetbaar antwoord
en de optie om daaraan een subjectieve interpretatie te koppelen
(om jezelf te troosten)
want:

pfoee
is that all you got!

Vraag

januari 9, 2010

Gaat het wel eens door de maag?Picture0037

Rock’nroll lammetjes?

januari 4, 2010

Kleine, lokale, wannabe muzikanten. Ook al valt hun talent gemakkelijk dood te relativeren met een tiental adjectieven, ik heb iets met hen. Amusante vriendschapsbanden. De jongens die loeihard op een gitaar rammen of spastische trekjes vertonen tijdens hun ritmische drumshow zijn, eenmaal naast het podium, meestal brave lammetjes. Zonder angst en met veel plezier doorsnuffel ik bijgevolg al eens hun muzikale bagage tijdens een avondje op café.
De definitie van de rock-‘n-roller strookt dus niet met mijn ervaring in het plaatselijke muziekveld. Twee grunge exemplaren slurpen thee aan de toog en knikken lieflijk terwijl een van onze vrienden zijn eigen nummers zingt. Gezelligheid is troef dankzij aanmoedigend geklap. Muzikale vriendschap heerst.
Wanneer het muziekveld daarentegen een slagveld van concurrentie is, wordt vijandigheid troef. Vergeet in dat geval wat ik beweerde over rock-’n-rolllammetjes. Toen een trompettist nogal hoog van zijn toren blies, gingen mijn ogen open: “Oh ja, met dat rockgroepje zouden we inderdaad wel samen een zaal kunnen afhuren en daar dan optreden. Dankzij hun naambekendheid komen dan waarschijnlijk veel mensen kijken. Ze zijn volgens onze frontman helaas te slecht om met ons te mogen touren.” Wablief? De zachte lammetjeswol was weggeschoren. Mijn muzikale vrienden praten soms als bloeddorstige, concurrerende wolven over elkaar. Deze conclusie trek ik rechtlijnig, omdat ik me baseer op meerdere gevallen van openlijke vijandigheid. Spottende blikken, ontmoedigend matig handgeklap, opgehaalde schouders, beledigingen van muziekgroep A naar muziekgroep B en vice versa, ik zag het de revue passeren.
Hoe is dat mogelijk denk ik dan. Ze zitten al hevig te concurreren nu ze nog in de onderste regionen van muzikale professionaliteit vasthangen. De drang om te klimmen is er nochtans al. Misschien vrezen ze niet uit het onderste, gezellige schuitje te raken als ze te lief zijn voor elkaar. Misschien is een spiraal van de andere muzikanten afkraken dan onafwendbaar. Verbaasd en kritisch sta ik daar bij stil. Intussen vliegen demo’s en uitnodigingen voor rockwedstrijden me om de oren. Ik beken dat ik me daardoor graag vriendschappelijk en muzikaal laat verleiden. Mijn hardste, kritische adjectieven leg ik dan graag even neer in naam van muzikale vriendschap. Muziek is ten slotte toch love, and peace and understanding en geen war.


Geen boom, so what (now)!(?)

december 23, 2009

Ik schreef onlangs een verhaal over rockers. Dat ze wel ongelofelijk schattig kunnen zijn, terwijl ze theetjes drinken en vergeten hun gitaren aan diggelen te slaan. Het counter argument kwam al gauw. Ten slotte zijn die muzikanten nu eenmaal ook menselijk, verwaand en bovenal jaloerse bitchslappers. Of het dus waard was over hen te schrijven, no clue. Een collega versloeg daarentegen het kerstmisgeschenk-item.
Iets waarover ik momenteel duchtig zit te denken. De conclusie zou ik al gauw kunnen trekken:

a) van een kerstboom is hier nada te zien. Behalve dan in de tuin, zelfs een met echte BALLEN.

b) van pakjes is er helemaal geen sprake

Niets in zicht, geen verwachtingen. Geen probleem, ik kruip al jaren in een grinchy kleedje voor Kerstmis.
Als ik echt eerlijk ben, valt toch niet langer te ontkennen dat ik in mijn fantasie doorheen een hebberige bui zweef.
Mentaal beleef ik uitspattingen. Niet van luxe, of een overload aan heerlijke chocomousse -deze is al achter de kiezen, helaas.
Kleine, schattige verrassingen. Origineel en van emotionele waarde. Vraag me niet hoe dat praktisch realiseerbaar zou zijn. Daarvoor moet je mee in mijn fantasie kunnen duiken en niet in de portefeuille, of toch niet per se te diep. Dan verwacht ik een hemelse, dodelijke oldskoolmixtape of in het ergste geval iets zeer praktisch zoals een hoofdtelefoon die het nalaat om met overstuurs gekraak mijn denkbeeldig gitaargetsjengel bij Death Cab  te verstoren. Eigenlijk wacht ik gewoon op een excuus om zelf te geven. Er liggen nog wat leuke dingen in de kast, onder een punaise, in mijn rommelschaaltje op de frigo en niet te diep in mijn portefeuille. Hoe bekom ik dan best het evenwicht tussen geven en NEMEN?

Anders over het feit dat je niet weet wat te bloggen?

– Maar ik weet het eigenlijk misschien wel.

Zelfs bovenstaande aanzet is er een voorbeeld van: ik durf mensen nogal eens op het foute been te zetten.
(on)bewust.
Bijgevolg heb ik de laatste tijd al heel wat (in)directe vragen over mij heen gekregen.
Het is nochtans niet zo dat ik in eerste instantie (on)eerlijk wou zijn.
Stel mij een vraag en ik  antwoord, desnoods meteen, (on)duidelijk.

De ene vraagt zich via via af wat het wil zeggen om op een maandagavond met mij de bruine vuilniszakken buiten te zetten. Blij dat ik een persoonlijk ‘begrip’ heb kunnen creëren.
Ik antwoord vaag, glimlachend dat dat er niet toe doet. Wat sorteren en weggooien is voor de ene, is samen pizza’s bakken voor de andere, roep ik richting keuken.
Toch?

De volgende vraagt zich af of ik toevallig het liefje van ben. Blijkbaar is die indruk gewekt. En dan is er verbazing wanneer mijn chaperonne vraagt: wat heb je daarop dan geantwoord?
Neen. Natuurlijk.
(want eerlijk duurt het langst)
En spottend voeg ik daar aan toe dat nog elke weg open ligt.

Zijn er nog avonturen waarvan ik moet weten?: vraagt long-time-no-see A.

Entertainment verzekerd met een bende nieuwsgierige vrouwen aan de feesttafel, en met de luidste aan het hoofd.
Enkele betekenisvolle blikken kaatsen haast ongemerkt heen en weer.
Haar blik wendt zich naar mij: ten slotte is er toch altijd iets aan de gang bij jou…
Daar gaan we dan, braaf geef ik een rondje entertainment, uit het hart.
Woordenstroom, glimlachjes, blinkende oogjes. Ze krijgen het allemaal.
Wederom verbazing. ‘Ik val uit de lucht.’ Blij dat ik zo persoonlijk eens een ‘val’ heb kunnen creëren.

Heb je intussen al een minnaar?
Pardon, ‘een minnaar’ denk ik mierenneukend. Alsof ik het zou doen met zo een achterhaald woord. Gelukkig zijn er ook verborgen complimenten wanneer ik verwoed uitweid over (mijn) (on)weerstaanbare charme.

Sommige vragen zijn van een inspecteurachtige aard: waar was je toen rond 00.30uur? De speurtocht was toen blijkbaar al ingezet. Logisch als je twee dierbaren vermist.
Achteloos antwoord ik dat mijn acute verdwijning nochtans zeer onschuldig was. Geen paniek.

Alles is in orde.
Alles gaat zijn gang.
Speculaties, speculaas. Het kan me gestolen worden.
Nogmaals: geen paniek.
Nogmaals: (on)eerlijk duurt het (kortst) langst.

Realiseren is vandaag beseffen, niet te gelde maken.
Anders had ik het koekje niet geloofd.

thx to Liza!