About

april 28, 2010

Hoog Hoog tijd om te broeden op een nieuwe ‘About’ pagina. Hoeveel percentagepunten ik sinds vorige publicatie veranderd ben, weet ik niet. Maar, mag ik wel liegen over mijn leeftijd?

Wat moet er in een goede bio? Feit en fictie? Scherp cynisme en wat poëtische verbloemingen van mijn prozaïsche leventje? Enkele rake oneliners die jongstleden uit eigen mouw -en niet uit een of andere succesvolle serie voor puberjongens- zijn gerold? Enkel woorden of ook anonieme beelden? Elke suggestie is welkom, ja, ik hoop al hopend op een drietal zotte reacties met briljante ideeën.

HELP mij uit deze virtuele identiteitscrisis.

Advertenties

Trippel trippel trip

april 6, 2010

Hijgend hield Henriette halt aan het kruispunt.

“Hup hup. Groen, groen, groen, geen tijd voor rood,” dacht ze. Ze was te laat en erger nog, ze had geen excuus. Of nee, dat was niet helemaal waar. We spoelen even terug.

“Hup hup. Groen, groen, groen, geen tijd voor rood,” dacht ze, want ze was te laat maar ze had een excuus. Al leek het behoorlijk sterk op dat van de voorgaande keren.

Het dagelijks badhalfuurtje was anderhalf uur geworden – zonder al te veel uit te weiden: Henriette had de transformatiemogelijkheden van badolie uitgeprobeerd. Van schuim tot bellen en weer vloeibaar, respectievelijk dankzij golfbewegingen, blaaspraktijken en nog meer water. Hierdoor had ze theoretisch gezien geen tijd meer om haar gezicht tot sympathie en jeugdigheid te verven noch haar steile haardos van enige nonchalance te voorzien. Maar tussen theorie en praktijk…juist.

Ze besloot haar schoenen uit te trekken om iets vlotter te kunnen lopen. Zoals gewoonlijk had ze iets te hoog gemikt, althans voor het parcours. Op haar toekomstig gezelschap was ze perfect afgestemd. Een meter vijfentachtig had de contactadvertentie geïnformeerd. Fabrikant van etherische oliën stond er in kleine letters bij. Alsof er enige schaamte diende te zijn maar tegelijkertijd de noodzaak bestond om dit detail erbij te vermelden. Zoekt. Onderstreept: Sympathieke jonge vrouw. Serieus in de omgang maar met enige nonchalance.

En dan groen en gaan! Als een vuurpijl schoot ze vooruit, bijna haar schoenen vergetend en niet lettend op het feit dat haar haardos een tikkeltje té nonchalant aan het worden was. Het zou haar theoretisch gezien nog vijf minuten kosten alvorens haar eindbestemming bereikt was. Theoretisch inderdaad, want dat was buiten de paasprocessie gerekend. Zucht, dit zou ellebogenwerk worden, wist ze en ze zette haar handen alvast in haar zij: “Excuseer, coming through.”

“Conny wie? Conny Troe? Eerder Conny Troela als je het mij vraagt. Ach die jeugd van dezer dagen, geen respect meer voor tradities, laat staan voor de schoonheid van het leven. Amai, amai juffrouwtje, of moet ik zeggen Madame, nogal moeilijk te zeggen met die laag plamuur op uw gezicht.”

Bijna had ze besloten haar schoenen weer aan te trekken om het mannetje, dat nu even groot was, van fysieke repliek te dienen, maar ze besefte dat er belangrijkere dingen stonden te wachten. Bijgevolg toonde ze haar lelijkste glimlach, kroop op de schouders van de eerste persoon die ze tegenkwam en liet zich al crowdsurfend door de processie voeren.

Aangekomen op haar bestemming was er geen man te bespeuren die aan de beschrijving in de advertentie voldeed. Wel hing er een geur van eucalyptus en lindebloesems. Ze snoof diep en hield haar adem even in, om vervolgens naar huis te rennen, op haar naaldhakken richting het volgende experiment. Iets met badolie in etherische vorm.

Concreet

maart 27, 2010

Die hypothetische wedstrijd werd gewonnen door een concrete winnaar.
Niets is meer stresserend dan koken voor een bloglezer.
Hoe imponeren zonder te pocheren?
Roeien met beschikbare riemen.
Iets à la (Gentse) Kippenzooi
Het was vooral lekker.
En ook wel
leuk.
🙂

Nu draait mijn hoofd op volle toeren om een volgend, hypothetisch wedstrijdreglement* met veel kleine lettertjes te bedenken.
De prijs: een traktatie op een cappuccino of een Duvel.
Locatie: Leuven of Parijs.
Datum: 1 april
Good Luck!



*  De regels van deze wedstrijd blijven onbeslist en volledig subjectief**. Deelnemen is mogelijk 28/03/2010 18uur.

**  Alleen leuke mensen die over een licht imponatietalent*** beschikken, worden weerhouden.

***   Imponeren moet je leren, amateurs niet toegelaten.

Comme comme comme

januari 26, 2010

 

Onlangs ontdekte Marie waar het fout gelopen was. Niet in haar bovenkamer, zoals John haar meermaals had willen wijsmaken. Het ging fout daar waar haar liefde voor roze pony’s met blonde krullen begon. Het moet maart 2005 geweest zijn, een doordeweekse dinsdag bij valavond. Buiten regende het verschrikkelijk hard. Merkwaardig dat Marie zich dat nog kon herinneren want zij had naar slechte gewoonte iets te diep in het aanlokkelijke alcoholische glas gekeken: na enkele whisky’s waren rode wijn en porto in onbescheiden hoeveelheden gevolgd.

De aanleiding voor deze onopenbare doch duidelijk zichtbare dronkenschap was haar nu, bijna twee jaar later, nog steeds onbekend. Maar de gebeurtenis die zich deze avond voordeed, zou haar tot op de dag van vandaag achtervolgen.

Marie las veel over hare krishna en boeddhisme, deed aan yoga en geloofde in een wedergeboorte van zichzelf. Het liefst zou ze terugkomen als konijn. Geschriften leerden haar dat de manier waarop een mens zijn leven nu leidt, grotendeels bepaalt in welke toestand hij later weerkeert. Deze kennis maande haar ertoe aan iedere zondag een graasplekje uit te zoeken in de tuin. Op handen en knieën snuffelde ze haar tuintje rond tot het moment waarop haar intuïtie het bevel gaf halt te houden. Op zulke momenten beeldde ze zichzelf in dat ze van jan en alleman hield. Maar het allermeest van groen voedsel. Dat hielp.

Na haar niet zo verrukkelijke maaltijd trakteerde Marie zichzelf doorgaans op een uitgebreid bad – want ook konijnen hebben recht op hygiëne. Zo nu en dan echter, had ze het een beetje moeilijk met dat grazen. Marie was immers niet zo verdraagzaam ten opzichte van routine. “Impulsief en onbevangen” had ze de verdacht vriendelijke vrouw in witte jas ooit zien noteren.

Als kind koesterde Marie een hekel voor dieren. Zelfs een vlieg kon op antipathie rekenen. Maar met het ouder worden en het komen van de zogenaamde jaren van verstand was ze milder geworden. Althans ten opzichte van bepaalde soorten en creaturen. Haar haat jegens cactussen en bosduiven zou ze immers nooit of te nimmer kwijt raken. Hier was een simpele verklaring voor.

Nonkel Jos was 86 toen hij stierf. Hoewel Marie hem enkel kende van familiefeestjes, kon hij voor haar part cum laude de award voor meest irritante persoon winnen. Bovendien geloofde ze dat hij haar belemmerde een leven te leiden zoals zij dat wenste. Zijn dood betekende bijgevolg een ware bevrijding die haar deed grazen als nooit tevoren.

Het mooie liedje werd echter een weinig later verstoord door het plotse opduiken van enkele vogels. Eén soort van deze wezens lag haar allesbehalve nauw aan het hart. Het was de bosduif: in haar ogen het meest verderfelijke en irritante beest dat er bestond. Zat Marie op haar terras, dan roekoeden deze schepsels vrolijk alsof ze wisten dat niets haar dag kon verpesten, behalve dat. En het leek wel alsof zij het enige slachtoffer was van hun triomfantelijke gezangen, alsof zij alleen werd uitgelachen door het gekir dat niet zomaar een willekeurig gejank bleek te zijn maar waarin een duidelijk systeem zat. Na enig denkwerk was het dan ook niet moeilijk om dé link te maken tussen deze verderfelijke beesten en de vrijheid waar ze sinds kort van mocht proeven. De missing link kon niemand anders dan haar nonkel Jos zijn: hij was gereïncarneerd in een irritante bosduif.

Goed. Die memorabele avond in maart zat Marie luidkeels mee te zingen met haar platencollectie van Marco Borsato en La Esterella, toen ze plots werd opgeschrikt door een dierlijk geluid. Aangezien de drank haar fantasie  reeds meermaals op hol had gebracht,  liet ze zich niet meer zo gemakkelijk van haar stuk brengen. Maar dit gehinnik – of wat het ook was – liet haar niet los.  Gehinnik ja, dat lees je goed, het leek wel alsof er achter de keukendeur een merrie om aandacht riep. Nu had Marie al veel meegemaakt, maar van paarden in de keuken had ze nog geen kaas gegeten. Laat het de drank geweest zijn die haar uiteindelijk de deur met een ruk deed openen.

Wat ze daar echter zag, zou geen mens geloven. Een wit licht scheen fel in haar ogen en nadat deze aangepast waren zag ze… zag ze… Ze zag een roze pony met blonde manen. Prachtige verschijning. Je zou jezelf voor minder storten in allerlei religies en bidden tot Allah dat je gered wordt van het kwaad. En dat deed ze ook. Maar bang was ze niet, dat was ze nooit en zeker niet van een roze pony die haar zo lief aanstaarde dat ze hem prompt ten huwelijk zou vragen. Ze praatte wat met haar nieuwe vriend, streelde zijn gekrulde lokken en verdween samen met hem in het Niets.

En vanaf die dag wist Marie dat haar doel elders lag. Niet hier op het aardse, maar elders. Ergens ver weg, waar de dieren konden spreken en de chocola en drank rijkelijk vloeiden.

Oh, foute fantasie,

scheer je weg!

Maar blijf vooral nog even

Doe me sidderen, rrr, laat me beven

Sluit mijn ogen

laat me dromen, het onmogelijke overkomen

Zwijg en spreek des te meer

Prikkel mijn zinnen

keer na keer na…

keer

Doe me zweven

tot ik val

tot ik opbruis

in het glas van verbeelde verwatering

sis sis suis

Ach foute fantasie,

als mijn verbeelding is verwaterd

geef me kleur,

doe me dansen in stoute gedachten

geef me warme, zoete nachten

Lente en meisje

alsjeblieft nog geen vrouw

Je zwijgt als ik vraag:

Blijf je me trouw?

 

Brief aan overbodige gedachten (deel II)

 

Ach foute fantasie

daar ben je weer

in al je glorie

 Ik kijk niet graag

op je valse tronie

Dus tel ik af

van één twee drie

 Hup ga dan

naar je vrienden,

Droom en Hallucinatie,

 Oeps, ik vergeet je trouwe Illusie

Opgelet:

dat wordt nog eens ruzie!

Tact

november 16, 2009

Het kan altijd erger.

Dat ik mijn angst goed kan verbergen, wist ik onlangs nog bevestigd toen een collega-studente me complimenteerde voor het feit dat ik gezien de omstandigheden “toch zo rustig kon blijven”. Mijn innerlijk wist wel beter, daar gierde het van de zenuwen.

Op dergelijke ogenblikken worden lyrische zinnetjes als “If I could die this very moment” enkel uitgebracht door het stemmetje in mijn hoofd. Pretending is één van mijn sterke kanten. Grote mond, bang hartje.

Dat het af en toe beter is die bibberende mond en klapperende tanden in hun volle glorie te tonen, leerde ik vanmiddag bij het tandartsbezoek. De angst voor boren en allerlei zuigende tools dateert reeds van mijn kindertijd. Het stiekem bekijken van ‘The Dentist’  in de kelder van een vriendin – een film waarin een wraakzuchtige tandarts zijn patiënten zonder verdoving iets te letterlijk aan de tand voelt – zal hier steevast mee te maken hebben.  (Ja, we hebben er beiden nog steeds nachtmerries van)

Terwijl  ik me daarstraks met een (schijnbaar) nonchalante zwier op zijn mechanische stoel neerplofte, bracht de nietsvermoedende en breed glimlachende man volgende ‘bemoedigende’ woorden uit: “Blij  jou te zien want er worden de laatste tijd in het weekend nogal veel jonge meisjes doodgereden.”  

Bam! Meteoriet.

Ik blijf me afvragen of de vergelijking over honden en hun baasjes ook geldt voor dergelijke monddeskundigen en hun gereedschap.

Wie niet weg is

oktober 27, 2009

Je staat aan de overkant, het is er stil. Wind en een tikkeltje regen vermengen zich met het zout op je gezicht zodat het haast niet opvalt. Het valt niet op. Twee vingers reiken richting wang. Ze willen voelen, aanraken, begrijpen.

Getroost door de gedachte dat je niet alleen bent – je bent niet alleen, er staat iemand naast je – breng je jouw handen naar je ogen. Eén, twee, drie, vier. Je sluit ze niet, houdt ze op een kier. Stiekem gluur je doorheen gordijnen van vingers.

De vingers dwalen verder, over wang, neus, wenkbrauw. Bij de haarlijn stoppen ze even. Je trillende mondhoek verlangt naar een teken. Een teken dat alles goed komt. Alles komt goed. Opnieuw waait de wind door je haar, in je nek een briesje afkomstig van een troostende ademhaling. Je bent niet alleen, er sust iemand. Hij suist, staat naast je, omarmt je met zijn armen van lucht. Dra zal hij je zoenen, dra komt alles goed.

Vijf, zes, zeven, acht. De nacht valt en valt, maar jij blijft licht, hij verlicht je.

Je zucht om te checken of… Ja, hij voelt het, weet dat je leeft, heeft geen teken nodig.

Bij negen zeg je Het is bijna voorbij. Zo heeft hij tijd. Tijd om nog even, tijd om dan verder.

Tien, wie niet hier is, zal ik zien.

Handen verlaten ogen, een heldere blik. Je voelt zijn laatste aanwezigheid de hoek om verdwijnen.

Je blijft staan en holt hem achterna.

Je holt hem achterna.

Sirène

oktober 5, 2009

Mme evil ligt onder de grond.

Voor zij die zoiets al te letterlijk zouden nemen: figuurlijk dan.

Hoe hersenspinsels onder de aarde verworden tot wortels waar planten aan ontspruiten. Waterlelies in dit geval. Haar grond is een vijver, haar aarde vertroebelend water, een bodem van artificieel plastiek. Af en toe bellenblazende meermin, happend naar adem. Met benen als vinnen vol schrijnende schubben (verlangend naar een schrobbeurt).

Mme evil zwemt, deint. Luistert naar de zee in haar bad van wier en vissen. Ze ziet kleur, praat plopjes water. Plop, plop.

Mevrouwtje lonkt. Blikt haar voorbijzwemmers één voor één in. Conserven bewaren beter, smaken ze ook zo?

Hier rust: Koudbloedige evil, een vos in het lichaam van een waterdier  – correctie: mens.

Geen haai die er naar kraait. Geen vis die er om blaft.

Waf.

Peek(aboo)

september 2, 2009

IMG_0825IMG_0851 IMG_0840IMG_0866 IMG_0862

+ dizzie heeft me niet dizzy gemaakt

+ ! ik lach te hard met mijn eigen moppen consequentie een (zwoele?) hese stem, intussen al 3 dagen

+ een snuifje muziek van Vampire Weekend brengt mij naar een rockend tropisch woud, test ook eens wat ze met u doen via MySpace.

+ beste oneliners -althans in hun context gerelateerd- uit kiewit: amaai das ook ne frisse, ik heb ne naakte man gezien!! en proper komde gij mijn tent ni in

+ heeft u the whitest boy alive gezien (eender waar) om verschillende redenen en zeker op pukkelpop een topper: goede, aanstekelijke muziek, een mooie herinnering aan de strafste groupie-ervaring ooit ergens na een ABoptreden, het publiek voor ons was halfnaakt en shakend, wijzelf schoon aangekleed maar eveneens heupwiegend, het publiek achter ons bestempelde ons als echte fans misschien konden ze dat afleiden uit een grondige studie van onze heupen en konten (waarom bestaat er nog zoiets als handenlezers), zanger Erlend had een bekend tshirt aan gemaakt door isa speciaal voor dat fameuze ABoptreden maanden eerder en ten slotte voldeed de toetsenist ook aan mijn nieuwe oppervlakkige oordeel dat mannen met snorren wel iets hebben….

+ ik heb mijn zeer waarschijnlijk toekomstig uurrooster al eens gecheckt en ik zag dat het goed was

+ ik heb ook nog eens een retour vliegtuigticket gebookt wat betekent dat er nog eens een grensoverschrijdende periode aanbreekt.

+ verder veel rommel en weinig zin om die te verplaatsen

+ ik hoop op nog meer schoon weer en eindelijk ook weer eens wat gewildebras avontuur, want op pukkelpop heb ik me zeer braaf gehouden op wat stoerheid ten tijde van the Get up Kids in the Shelter (steevast de skate genoemd) na en t feit dat ik blood red shoes verkoos boven dag 1 van dEUS.

+ …

orde zit er vandaag niet in, ook niet in zinnen en uitgebreide verhalen ophangen lukt me niet. de rest spaar ik op. OP = nooit OP, als het op mijn woorden aankomt.

Later!