Sommige stakkers discussiëren graag op café.
Op een terras of aan een toog. Ze zitten. Ze zwanzen.
Dan gaat het bijvoorbeeld over de -al dan niet grote- bijdrage van goede lyrics aan goede muziek, naar het schijnt.
Ik zwans hier.

Het ligt niet aan i’m on tonight, you know my hips don’t lie dat heupen de waarheid beginnen te vertellen in rokerige, ranzige rumbazaaltjes. Lichaamstaal is puur ritmisch. Shakira’s gekermde woorden verdwijnen hoogstens naar een subliminaal niveau eenmaal je toe bent aan dansen of “de verticale expressie van een horizontale wens” -zoals een sociologieprofessor ooit prachtig verwoordde.
Het ligt wel aan i like big butts and i can not lie dat ik spontaan glimlach. Glimlachen, maakt een nummer weliswaar bijlange nog niet de moeite. Zoals een enkele zwaluw de lente nog niet maakt, naar het schijnt.

Jamais je n’aurais pensé …”Tant besoin de lui” kon ik al meezingen voordat ik wist hoe ik een conditionnel passé moest samenstellen. Nevermind dat ik als twaalfjarige niet wist wat sensualiteit is, ik vond dat Axelle rockte.

Sommige ‘tekstanalyses’ van sublieme nummers stellen mij bovendien echt teleur.
Stel dat één nummer er recent nog in is geslaagd om je te doen huilen. Het deed je veel oogwater verspillen, nota bene op een zeer idiote plek. In bad, reeds in een overvloed aan water -dubbele verspilling.
Hetzelfde nummer speelt ook wanneer je zit, op een toilet, in een café. Het doet je niets, behalve dan door die herinnering aan dat voorgaande verscheurende moment. Het doet je niets, want de uitvoering is anders. Andere zanger, andere band. Zelfde lyrics. De getormenteerde gevoelslaag die Buckley er dik oplegt in elk (onzinnig) woord is weg. Love is not a victory march is de enige tekstlijn die overeind blijft.

Vanavond botste ik op DAWES.
Luister even via Hypem. Volledig mijn stijl. Maar ik word met mijn neus wel keihard op die lyrics gedrukt. Ze zijn helaas echt schoon verwoord. Serieus. Qua emotionele poëzie scoren ze een pluspunt. Daaraan verspil ik graag lovende woorden. Eventueel een traan, afhankelijk van de timing.

Wat draagt jouw voorkeur?

Een sfeervol Blair Witch-huisje en wat boomstronken waarop je perfect je hout zou kunnen klieven? (via Daytrotter.com) Of een meisje in bikini, een offerritueel en wat bondage?

De muziek blijft, de tekst blijft.

I’ve locked up these words, in fear that I’d say them wrong.
Is it love as a mountain, or love as a simple song?
And the moment that the two meet
has now laid itself at your feet.

And love is not convenient; it does not cease at your command.
You might take and leave it, but love is all I am.
Love is all I am.

Boy & Bear

mei 1, 2010

Als er een constante passie in mijn leven is, mogen we die helderklaar muziek noemen. Passie moet gevoed worden. De vruchten van online ontdekkingsreizen moeten gedeeld worden.

Een drietal weken geleden kwam ik terecht bij Boy and Bear. De vier muzikanten van Down Under, Sydney/Australië, schudden geweldig frisse folk(rock)tunes uit hun MySpace. Ze zouden echt niet misstaan op het Chateaupodium van PP10/11/12…

Mexican Mavis opent in ware Fleet Foxes stijl met zachte samenzang. Toch wordt B&B na 48 seconden zelf een referentie. Toevoeging van meer rock, toch nog veel FFoxes ge-oohoo, en dán een fijn gitaarriedeltje in combinatie met een zeer ritmische drum. GOED GOED BEST!

The Storm. Meer oooh en openen met piano. Iets om lichtjes op af te knappen als je niet van soft houdt. Stem klinkt ook té Jack Johnson (in achting gedaald sinds ik hem lichtjes adoreerde aan het einde van mijn tienerjaren). OK, SLECHTER. Open het hoofdstuk Boy and Bear liefst niet met dit lied.

Rabbit Song. Indianenkreetjes, zeer opbouwend vanaf 1min23, doch geen geniale climax. Bekijk de kersverse clip (gereleased sinds 29 april), want die indianenkreetjes blijken een schitterende kapstok om inspiratie aan op te hangen. Over kapstokken gesproken, ze krijgen een géniale multifunctie waaraan ik zelf nog nooit had gedacht. Niets zo appreciabel als video’s van volwassen mensen die helemaal opgaan in een jeugdige fantasiewereld. Zo geloofwaardig dat ik het niet arty kan noemen. Zo leuk dat ik zin krijg om een kostuum te ontwerpen met oude boeken en veel bling bling… tenzij ik dan te arty overkom.

EP With Emperor Antartica wordt gereleased op 7 mei.

Houten Vogeltjes

april 7, 2010

Via > een opgediepte cd van American Analog Set
Via > de Last.fm pagina van American Analog Set
Via > hun biografie en hun Similar Artists pagina

Kwam ik bij Texaan Andrew Kenny aan.
Hij staat vandaag vooral met zijn voeten in andere muzikale projecten dan Analog Set.

Zoals The Wooden Birds. Niets makkelijker en niets aangenamer dan een muzikale ontdekking…
Via > hun gratis EP Montague Street
Via > InSound.com (zonder Subscription)

Montague Street breekt geen potten. Vooral een zeer goede stem, die Andrew.
Believe in Love is met voorsprong het beste nummer, hoewel de lyrics: I hope you Choke en de intro van The Other One mij meer liggen 🙂
Vooral gewoon gitaar, zang, en intimiteit in plaats van virtuositeit. Mankementen als je het mij vraagt.

Desalniettemin lijkt dit EPtje mij wel genietbaar tijdens een slapeloze nacht. Andrews stem en zijn vlakke, kalme liedjes… een topper voor tijdens het tobben.
Oordeel vooral zelf!

Nog meer gratis lekkers
Via > InSound.com
Van : Shearwater, Holly Miranda, Efterklang, Frightened Rabbit, Local Natives & Field Music, en anderen die ik nog moet ontdekken.

Rock’nroll lammetjes?

januari 4, 2010

Kleine, lokale, wannabe muzikanten. Ook al valt hun talent gemakkelijk dood te relativeren met een tiental adjectieven, ik heb iets met hen. Amusante vriendschapsbanden. De jongens die loeihard op een gitaar rammen of spastische trekjes vertonen tijdens hun ritmische drumshow zijn, eenmaal naast het podium, meestal brave lammetjes. Zonder angst en met veel plezier doorsnuffel ik bijgevolg al eens hun muzikale bagage tijdens een avondje op café.
De definitie van de rock-‘n-roller strookt dus niet met mijn ervaring in het plaatselijke muziekveld. Twee grunge exemplaren slurpen thee aan de toog en knikken lieflijk terwijl een van onze vrienden zijn eigen nummers zingt. Gezelligheid is troef dankzij aanmoedigend geklap. Muzikale vriendschap heerst.
Wanneer het muziekveld daarentegen een slagveld van concurrentie is, wordt vijandigheid troef. Vergeet in dat geval wat ik beweerde over rock-’n-rolllammetjes. Toen een trompettist nogal hoog van zijn toren blies, gingen mijn ogen open: “Oh ja, met dat rockgroepje zouden we inderdaad wel samen een zaal kunnen afhuren en daar dan optreden. Dankzij hun naambekendheid komen dan waarschijnlijk veel mensen kijken. Ze zijn volgens onze frontman helaas te slecht om met ons te mogen touren.” Wablief? De zachte lammetjeswol was weggeschoren. Mijn muzikale vrienden praten soms als bloeddorstige, concurrerende wolven over elkaar. Deze conclusie trek ik rechtlijnig, omdat ik me baseer op meerdere gevallen van openlijke vijandigheid. Spottende blikken, ontmoedigend matig handgeklap, opgehaalde schouders, beledigingen van muziekgroep A naar muziekgroep B en vice versa, ik zag het de revue passeren.
Hoe is dat mogelijk denk ik dan. Ze zitten al hevig te concurreren nu ze nog in de onderste regionen van muzikale professionaliteit vasthangen. De drang om te klimmen is er nochtans al. Misschien vrezen ze niet uit het onderste, gezellige schuitje te raken als ze te lief zijn voor elkaar. Misschien is een spiraal van de andere muzikanten afkraken dan onafwendbaar. Verbaasd en kritisch sta ik daar bij stil. Intussen vliegen demo’s en uitnodigingen voor rockwedstrijden me om de oren. Ik beken dat ik me daardoor graag vriendschappelijk en muzikaal laat verleiden. Mijn hardste, kritische adjectieven leg ik dan graag even neer in naam van muzikale vriendschap. Muziek is ten slotte toch love, and peace and understanding en geen war.


J. Tillman heeft te weinig of geen videoclips. Vandaar voelde ik me wel verplicht Above All Men hieronder te delen.


Eigenlijk wou ik Laborless Land even onder de aandacht brengen, maar daarvoor moet je wel langs deze barrière klikken:
LaborLess Land – J. Tillman

Prachtig album toch wel zijn Vacilando Territory Blues.
Het ligt al lang in mijn rek.
Het is wat te gevoelig, chance dat die man een baard draagt.
Of overschat ik daarmee de mansheid die uitgaat van baarden.
Of  het pussygehalte van J.

En voor een verklaring van die hoopvolle titel moet je maar eens in K. Roe’s reader uit 2e bach communicatiewetenschappen in een passage over idolatrie duiken.