Hoesjesdans

mei 21, 2010

Ik heb weinig slechte gewoontes.
Doch, niemand is perfect.

Net merkte ik een imperfectie die ik regelmatig pleeg.

Ken je dat nog, zo van die cd’s met muziek op?
Cd’s met muziek die je niet zelf illegaal hebt zitten branden.
Het zijn zo van die dingen, zeer onhandig, want zeer tastbaar.
Ze stapelen, ze vallen, ze breken, ze raken zoek.
Zeer leuk, want zeer tastbaar.

Artwork, zeer belangrijk.
Liefst zeer mooi.
Verpakt in van die lelijke plastic doosjes, dat vind ik prachtig.
Niets is zo leuk als een  boekje onhandig lospulken uit zo’n plastic kutdoosje.
Zo kom ik na ettelijke keren te weten wat Eels zoal zingt.
Niet dat hij niet kan articuleren. Hij doet dat perfect.
Ik ben niet perfect. Niet als het er op aankomt om mijn cd’s terug op te bergen waar ze thuishoren.
Ik laat ze aan hoesjesdansen doen. Er heerst polygamie tussen mijn cd’s en hun huisjes.

Ik moest al haast niet meer in dat onhandige, mooie boekje gaan opzoeken waarom Eels zo mooi motherfucker zingt.
Een blik op een verloren gelopen cd zegt soms genoeg.

Advertenties

Sommige stakkers discussiëren graag op café.
Op een terras of aan een toog. Ze zitten. Ze zwanzen.
Dan gaat het bijvoorbeeld over de -al dan niet grote- bijdrage van goede lyrics aan goede muziek, naar het schijnt.
Ik zwans hier.

Het ligt niet aan i’m on tonight, you know my hips don’t lie dat heupen de waarheid beginnen te vertellen in rokerige, ranzige rumbazaaltjes. Lichaamstaal is puur ritmisch. Shakira’s gekermde woorden verdwijnen hoogstens naar een subliminaal niveau eenmaal je toe bent aan dansen of “de verticale expressie van een horizontale wens” -zoals een sociologieprofessor ooit prachtig verwoordde.
Het ligt wel aan i like big butts and i can not lie dat ik spontaan glimlach. Glimlachen, maakt een nummer weliswaar bijlange nog niet de moeite. Zoals een enkele zwaluw de lente nog niet maakt, naar het schijnt.

Jamais je n’aurais pensé …”Tant besoin de lui” kon ik al meezingen voordat ik wist hoe ik een conditionnel passé moest samenstellen. Nevermind dat ik als twaalfjarige niet wist wat sensualiteit is, ik vond dat Axelle rockte.

Sommige ‘tekstanalyses’ van sublieme nummers stellen mij bovendien echt teleur.
Stel dat één nummer er recent nog in is geslaagd om je te doen huilen. Het deed je veel oogwater verspillen, nota bene op een zeer idiote plek. In bad, reeds in een overvloed aan water -dubbele verspilling.
Hetzelfde nummer speelt ook wanneer je zit, op een toilet, in een café. Het doet je niets, behalve dan door die herinnering aan dat voorgaande verscheurende moment. Het doet je niets, want de uitvoering is anders. Andere zanger, andere band. Zelfde lyrics. De getormenteerde gevoelslaag die Buckley er dik oplegt in elk (onzinnig) woord is weg. Love is not a victory march is de enige tekstlijn die overeind blijft.

Vanavond botste ik op DAWES.
Luister even via Hypem. Volledig mijn stijl. Maar ik word met mijn neus wel keihard op die lyrics gedrukt. Ze zijn helaas echt schoon verwoord. Serieus. Qua emotionele poëzie scoren ze een pluspunt. Daaraan verspil ik graag lovende woorden. Eventueel een traan, afhankelijk van de timing.

Wat draagt jouw voorkeur?

Een sfeervol Blair Witch-huisje en wat boomstronken waarop je perfect je hout zou kunnen klieven? (via Daytrotter.com) Of een meisje in bikini, een offerritueel en wat bondage?

De muziek blijft, de tekst blijft.

I’ve locked up these words, in fear that I’d say them wrong.
Is it love as a mountain, or love as a simple song?
And the moment that the two meet
has now laid itself at your feet.

And love is not convenient; it does not cease at your command.
You might take and leave it, but love is all I am.
Love is all I am.

Boy & Bear

mei 1, 2010

Als er een constante passie in mijn leven is, mogen we die helderklaar muziek noemen. Passie moet gevoed worden. De vruchten van online ontdekkingsreizen moeten gedeeld worden.

Een drietal weken geleden kwam ik terecht bij Boy and Bear. De vier muzikanten van Down Under, Sydney/Australië, schudden geweldig frisse folk(rock)tunes uit hun MySpace. Ze zouden echt niet misstaan op het Chateaupodium van PP10/11/12…

Mexican Mavis opent in ware Fleet Foxes stijl met zachte samenzang. Toch wordt B&B na 48 seconden zelf een referentie. Toevoeging van meer rock, toch nog veel FFoxes ge-oohoo, en dán een fijn gitaarriedeltje in combinatie met een zeer ritmische drum. GOED GOED BEST!

The Storm. Meer oooh en openen met piano. Iets om lichtjes op af te knappen als je niet van soft houdt. Stem klinkt ook té Jack Johnson (in achting gedaald sinds ik hem lichtjes adoreerde aan het einde van mijn tienerjaren). OK, SLECHTER. Open het hoofdstuk Boy and Bear liefst niet met dit lied.

Rabbit Song. Indianenkreetjes, zeer opbouwend vanaf 1min23, doch geen geniale climax. Bekijk de kersverse clip (gereleased sinds 29 april), want die indianenkreetjes blijken een schitterende kapstok om inspiratie aan op te hangen. Over kapstokken gesproken, ze krijgen een géniale multifunctie waaraan ik zelf nog nooit had gedacht. Niets zo appreciabel als video’s van volwassen mensen die helemaal opgaan in een jeugdige fantasiewereld. Zo geloofwaardig dat ik het niet arty kan noemen. Zo leuk dat ik zin krijg om een kostuum te ontwerpen met oude boeken en veel bling bling… tenzij ik dan te arty overkom.

EP With Emperor Antartica wordt gereleased op 7 mei.

Late Night Blog – tijdens het poetsen van de tanden, met een nieuwe borstel.
Niet gespeeld in mijn amateuristische huis-kot-keuken-diner-set zonder playlist. Media Player en VLC weigerden dienst.
Bekentenis: ik zing dit lied graag luidop
Beatles!

METRIC               GIMME   SYMPATHY

september 26, 2009

Hier zit ik dan. Zeer Carrie B. gewijs.
Met een kleine blonde haarknots. Met een laptop, een roze pyamabroek en een hippe slobbertrui, rook rond mijn hoofd, rook in mijn hoofd.
In een kamer die nog te onpersoonlijk is. In een stad die mijn hart zeer hard heeft gestolen.
Het enige wat ontbreekt zijn my best girlfriends en de problemen met my best boyfriends.
Maar die rook in mijn hoofd maakt die gemissen goed.
Is er immers niet altijd iets…
zoals die problemen, hoofd en hartsgewijs
zoals een klein gemis op het juiste moment,
vriendschapsgewijs.

Volop genieten. Volop leven.
Volop piekeren.
Of ik bepaalde zaken wil en die dan wil delen met een persoon.

Bevestiging van een aantal wijze woorden over dat volop leven. En of volop niet te veel is en slechts een uitweg voor de zoekers van het kleine, onschuldige, oprechte, gedeelde geluk. Zoiets als liefde…
zoeken.
Maar niet volop zoeken. Niet luid zoeken. Niet hard zoeken.
Gewoon rustig vinden.
Dat lijkt me prachtig.
Bij een bevestiging hoort een weerlegging. Te veel water, maakt de wijn immers surrogaatwaterig.
Ik weerleg de woorden die mij in de mond gelegd worden. In verband met het al dan niet een “relatiemens” zijn.
Ik geloof niet in een concept als dé relatiemens. Ik geloof ook niet langer in zoeken om zo iemand te worden, maar gewoon in zo iemand worden, zonder een volop gezoek.
Ten slotte nog een contradictie.
Ik supporter voor de mensen met een eerlijke tong waarop hun hart ligt. Beter zekerheid dan gehoop.
Maar met een te rappe tong en een te kwetsbaar hart kies ik voorlopig om elk kwetsbaar woord nog x keer rond te draaien, nog x keer in te slikken.
Totdat het niet meer smaakt en er uit moet.
Of totdat woorden er even niet meer toe doen.

en nog een liedje, gewoon omdat het goed is:

J. Tillman heeft te weinig of geen videoclips. Vandaar voelde ik me wel verplicht Above All Men hieronder te delen.


Eigenlijk wou ik Laborless Land even onder de aandacht brengen, maar daarvoor moet je wel langs deze barrière klikken:
LaborLess Land – J. Tillman

Prachtig album toch wel zijn Vacilando Territory Blues.
Het ligt al lang in mijn rek.
Het is wat te gevoelig, chance dat die man een baard draagt.
Of overschat ik daarmee de mansheid die uitgaat van baarden.
Of  het pussygehalte van J.

En voor een verklaring van die hoopvolle titel moet je maar eens in K. Roe’s reader uit 2e bach communicatiewetenschappen in een passage over idolatrie duiken.

Marina & the Diamonds

juli 21, 2009

Marina and the Diamonds. Ze bestaan al vier jaar en speelden deze zomer reeds op Glastonbury. En ‘ze’ draait vermoedelijk wel voornamelijk om een ‘ze’ in het enkelvoud, met name Maria. Haar diamonds zouden haar publiek zijn. Toch best nederig om zo’n mooi compliment te geven aan the ordinary unfamous. Ongetwijfeld dat ze op blogs en in de media terecht komt in het lijstje van nieuwe of doorbrekende, jonge, muzikale nimfen zoals La Roux, VV Brown, Little Boots, Florence and the Machine en Ellie Goulding (die grote bewondering oproept bij Marina) of die nieuwe generatie die al even geleden doorbrak zoals Kate Nash of Lilly Allen. Qua bekendheid gok ik dat ze echter nog een stukje achterligt. Ik lijk alvast overtuigd, al dacht ik het hier aanvankelijk gewoon bij een youtubefilmpostje te laten.
Marina is duidelijk een lid van onze generatie en ze twittert en ze blogt: marinaandthediamonds.com een etalage van inspiratie en alledaagse bezigheden en de mogelijkheid om een akoestische versie van haar single I’m not a Robot te downloaden indien je intekent op haar mailinglist. Intussen zijn er al drie versies in circulatie: de gewone single (terug te vinden op haar EP the Crown Jewels sinds juni 2009), akoestisch en de Starsmith 24 Carat Remix (EP). Maar drie kan nog net niet tippen aan Sufjan Stevens met zijn pakweg honderd heerlijke versies van Chicago.
Na deze woordelijke opwarming voor Marina and the Diamonds laat ik u nu de keuze om:
– haar live te beoordelen op London Calling: via 3voor12
– haar akoestische versie te downloaden: in de rechterbalk moet je zijn

– haar voorgeschotelde clip eens te bekijken:

doodeenvoudig, rustig, schattig animatieclipje:

Paniek in het dorp

juli 1, 2009

Sinds 17 juni in de zalen, al zijn “de zalen” ongetwijfeld niet alle zalen, maar bijvoorbeeld wel De Studios. Sinds 23 juni gezien. En zeer goedgekeurd. Om even in te leiden vertel ik u:

– dat deze film een product van de handen van Stéphane Aubier en Vincent Patar is, Waalse regisseurs, voor alle duidelijkheid. Ze staan ook bekend onder hun pseudoniem Pic Pic.

werd gedraaid (buiten competitie) op het Filmfestival van Cannes en werd vervolgens zelfs gerecenseerd op de webstek van Variety. (maar ik ga er even van uit dat u te lui bent om verder in het Engels te lezen over A Town called panic).

Paniek in het Dorp is hun eerste langspeler, gebaseerd op de gelijknamige 20-delige serie die verzameld is op een cultdvd, zo lees ik. Hebben(!!), denk ik dan volledig terecht. Ik herinner u daaraan als ik verjaar. Deze serie kreeg bovendien airtime op CanalPlus (Be en Fr) wat zeker niet min is. De Engelstalige dubversie werd, en dit verbaasd mij in zijn geheel niet, geproduceerd door Aardman. Aardman ligt me, dankzij hun Wallace & Gromit producties, al ettelijke tijd na aan het hart.

– Inhoudelijk zijn er de geweldige personages Paard, Cowboy en Indiaan in de leading roles. En ze doen dat voortreffelijk, al beschikken ze misschien niet over de flexibiliteit van een echt mensenlichaam (groot vraagteken), toch krijgen ze de kans je ten volle te overtuigen. Onmenselijke, ja vaak zelfs dierlijke figuren slepen je gedurende amper 1 uur en 15 minuten mee doorheen knotsknotsknotsgekke avonturen.
Het key event waaraan de opeenvolgende heisawendingen worden vastgekoppeld, is Paards verjaardag. Vergeten, aanvankelijk. Maar al snel onvergetelijk gemaakt, door een aan-huis-levering van de foutief bestelde 5 biljoen terracotta bakstenen. Een verhinderde romance, onderzeese avonturen, actiescènes waarin boer Stevie ten veldslage trekt met zijn varkens, kippen en koeien als munitie, de bad guys en tenslotte een happy ending. Hier zou ik al zeggen, wat wil een cinemagangermens nog meer. Maar die vraag is niet relevant, want je krijgt meer. De Vlaamse stemmencast is zo verdomd veelbelovend, je kan al voortijdse positieve conclusies maken als ik je slechts een aantal namen noem:
° Frank Focketyn: de favo-pappie van elk kind, ongeacht of het een eigen vader heeft. Zo springerig heb je hem nog nooit meegemaakt, laat staan gehoord. Verwacht je aan snelle, opgefokte oneliners, ne “ja, voor watist!!” heb je van zijn personage boer Stevie al gauw gekregen, of een rake “is de deur kapot misschien!” volgt steevast op een klop aan de deur van zijn boerderij. Nog, en daarmee bedoel ik minstens duizendmaal, humoristischer dan die oudvertrouwde “je moet kloppen, want de bel doet het niet”- so-90tiessomething en totaal afgedaan sinds nu. Mijn favoriete personage en stem, een lachtrigger elke keer als ik voelde aankomen dat Stevie nog eens aan het woord zou komen. Schitterend.

° Bruno Vanden Broecke als Paard, het  steevast betrouwbare personage met de diepe stem. In harmonie met Cowboys falset en Indiaans gemompel, zo zegt Vanden Broucke zelf in dit filmpje van TvBrussel. Aandacht voor Tania Vander Sanden als de koe die opdraagt het licht uit te doen.

Steek eender welk vooroordeel als oh dat is maar(!) animatie, dat is te simpel voor mij of dat is voor kinderen(!) in de kast. Het enige wat je nodig hebt voor deze film is stevig getrainde lachspieren en een dosis inlevingsvermogen. Indien deze persoonlijke lofzang, de aantrekkelijke cast, de tot op CanalPlus gebombardeerde voorgeschiedenis en de internationale persaandacht u nog steeds niet overtuigd hebben van deze cinemaparel rest mij nog maar een plicht, u te dwingen volgende trailer volledig uit te kijken en u te verzekeren dat “het in het echt nog beter is”. Geniet ervan:

glastonmerry

juni 27, 2009

Waarom moeten de belastingsambtenaren mij kennen als ‘ongehuwd’ maar is er nergens sprake van ‘student’ of iets dergelijks op de belastingsbrief die zo onzinnig lijkt. Ben ik misschien meer ongehuwd dan student? (En nu de vreemdste associatie). Moest het er vandaag op aankomen om te trouwen, gans absurd gezien mijn leeftijd en status, dan zou ik wel ‘i do’ zeggen indien het verzoek en of de ceremonie zich afspeelde in Glastonbury. Op of rond het Glastonburyfestival dus, telkens waanzinnig heerlijke groepen, maar wat wil je op Britse bodem. En tijdens surfen leg en volg ik net zo’n vreemde linken als bij vreemde associaties. Dus ik kijk wat op nme.com en ik kijk wat op bbc.co.uk/glastonbury en ik check wat weetjes (zo stroomde er blijkbaar veel publiek naar het podium waarop verrassingsact Supergrass optrad, omdat men Artic Monkeys verwachtte) en wat foto’s en de line-up. En ik vestig mijn aandacht willekeurig (of misschien ook niet) op de namen van BBC Introduction Stage. En de namen zeggen me niets, op Rogues na, eenmaal gezien in BBC Sound (op BBC2), denk ik toch. Ongekende namen zijn onbeminde namen, ontdekken staat vrij.

Life in Film dan maar, dat vind ik een betrekkelijk leuke bandnaam op het eerste zicht. En het eerste zicht op hun myspace is hun music in film, oftwel hun videoclip van de single Sorry. Ik denk een beetje aan Kings of Leon, door de stem. Het bevalt me wel en het is een mooie clip, die het beste haalt uit wat er in zo’n doordeweekse mannen met gitaren kan zitten. En als je deze link beklikt, dan kan je mits een zeer kleine moeite -van je e-mailadres opgeven- hun twee nummers (Sorry en Suitcase) GRATIS verkrijgen. En dat vind ik leuk en sympathiek.

Sorry:

Two Door Cinema Club: Een tweede groep die geïntroduced wordt. Energiek, springerig, jong, tof, maar echte superlatieven plak ik er niet meteen op:

En als dit een dilemma was, zegt u dan 1(.) leven in de film of 2(.) deuren naar de cinema??